"Er is veel specialistische kennis in huis. Deze kennis delen en doelgericht inzetten ten behoeve van de cliŽnt, daar zijn onze advocaten goed in!"

Vermogensdelicten (WvSr)

 

Een strafrechtelijk onderzoek beperkt zich meestal niet tot één delict. Vaak worden meerdere delicten in onderzoek genomen, zoals valsheid in geschrifte (artikel 225 Sr), oplichting of verduistering (artikel 326 en 321 Sr), corruptie (artikel 328ter Sr), faillissementsfraude (artikel 340 Sr e.v.) en witwassen (artikel 420bis Sr e.v.). Deze delicten worden ook wel vermogensdelicten genoemd.

 

Bij valsheid in geschrifte moet u denken aan valse of vervalste facturen of andere documenten zoals notities, memo’s, notulen of correspondentie. Hierbij is van belang dat in artikel 69 lid 4 AWR is opgenomen dat een vervolging op grond van artikel 225 lid 2 is uitgesloten als vervolging voor fiscale delicten mogelijk is.

 

Een verdenking wegens oplichting of verduistering wordt ingeroepen als een vennootschap, directeur of werknemer ervan wordt verdacht gelden of goederen te hebben vervreemd. Soms wordt deze verdenking ingegeven door (vermeende) valse voorwendselen of via een constructie van transacties of vennootschappen.

 

Corruptie oftewel omkoping en faillissementsfraude staan hoog op de agenda van het Openbaar Ministerie en de FIOD en leiden tot vele strafrechtelijke onderzoeken. Bij corruptie wordt onderzoek verricht naar ambtenaren of werknemers die ervan worden verdacht giften, beloftes of diensten te hebben aangenomen van ondernemers. Bij faillissementsfraude wordt onderzoek verricht naar allerlei vermeende misstanden rondom een faillissement. In deze zaken wordt veelal samengewerkt met diverse specialisten in het civiele recht, omdat de juridische en feitelijke context vaak genuanceerder ligt dan de strafrechtelijke interpretatie van feiten en gebeurtenissen achteraf.     

 

Ten slotte wordt in vrijwel iedere fraudezaak een verdenking van witwassen opgenomen om geldstromen nader te onderzoeken. Een verdenking van witwassen betekent eveneens dat de officier van justitie beslag zal kunnen leggen op onroerend goed en vermogen in verband met (eventueel) te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel. Aangezien het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel is uitgesloten bij vervolging wegens fiscale delicten (artikel 74 AWR) is de samenloop van witwassen en fiscaliteit een bijzonder aandachtspunt.