"Fiscale advocatuur is ook een tactische strijd: wij hebben de kennis en ervaring om te beslissen welke stappen leiden naar succes."

Bij de jacht op zwartsparende Nederlanders heeft de Belastingdienst nu zijn pijlen gericht op rekeninghouders bij de Zwitserse bank Julius Bär. In navolging van eerdere informatieverzoeken aan de Zwitserse autoriteiten voor de banken UBS in 2015 en Credit Suisse in 2016 is nu een zogenaamd groepsverzoek gericht op Julius Bär.

 

In het Zwitserse Bundesblatt nr. 756 van 6 februari 2018 is het verzoek gepubliceerd.

 

Het betreft een zogenoemd anoniem groepsverzoek, dat betrekking heeft op Nederlanders wiens namen bij de fiscus niet bekend zijn. Het groepsverzoek is gericht op Nederlandse rekeninghouders die een saldo van € 1.500 of meer aanhielden in de periode 1 februari 2013 tot en met 31 december 2016, en aan de bank geen bewijs kunnen aanleveren dat in Nederland gebruik is gemaakt van de inkeerregeling:

 

Mit Schreiben vom 20. November 2017 ersucht der Belastingdienst/Central Liaison Office Almelo, Niederlande, die ESTV um Amtshilfe gestützt.. (…)

Es wird um Informationen betreffend namentlich nicht bekannter natürlicher

Personen ersucht, welche im Zeitraum vom 1. Februar 2013 bis zum 31. Dezember

2016 sämtliche der folgenden Kriterien erfüllen:

a. Die Person war Kontoinhaber/in eines Kontos/mehrerer Konten bei der

Bank Julius Bär & Co. AG;

b. Der/Die Kontoinhaber/in verfügte (gemäss bankinterner Dokumentation)

über eine Domiziladresse in den Niederlanden;

(…)

Von der Übermittlung ausgenommen sind Konten:

a. die zu keinem Zeitpunkt im ersuchten Zeitraum einen Betrag von EUR

1500.– oder mehr auswiesen,

b. für die der/die Kontoinhaber/in einen der folgenden Nachweise erbracht

hat:

(…)

– Nachweis, dass der/die Kontoinhaber/in das/die Konto/Konten im

Rahmen des niederländischen Programms zur freiwilligen Offenlegung (Voluntary Disclosure Program, VDP) offengelegt hat;

 

De praktijk heeft aangetoond dat het opheffen van de Zwitserse rekening geen invloed heeft op de gegevensuitwisseling. Zwitserse banken bewaren in de regel gegevens over oud-klanten nog minimaal tien jaar. Het goede nieuws is dat het nog steeds mogelijk om gebruik te maken van de inkeerregeling.

 

De inkeerregeling is met ingang van 1 januari 2018 beperkt en geldt niet meer voor verbeteringen van box 3-inkomen die zien op in het buitenland aangehouden vermogen. De gevolgen van deze wijziging zijn echter beperkt omdat een gunstige overgangsregeling is opgenomen. Daarin is bepaald dat inkeer ten aanzien van het box 3- inkomen wel mogelijk blijft voor aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn ingediend, of ingediend hadden moeten worden. Dit komt er in de praktijk op neer dat indien in het jaar 2018 wordt ingekeerd de inkeerregeling alleen niet van toepassing is op een verbetering van de aangifte inkomstenbelasting 2017. Inkeren is echter alleen mogelijk vóórdat u weet of moet vermoeden dat de Belastingdienst bekend is of bekend zal worden met eerdere onjuiste aangiften. Als de Belastingdienst de belastingplichtige al “op het spoor” is dan is het doen van een vrijwillige verbetering niet meer mogelijk.

 

Inmiddels heeft de Nederlandse Belastingdienst zich in mei 2018 ook tot de Zwitserse Belastingdienst gewend voor (voormalig) rekeninghouders van de BNP Paribas Bank. Het verzoek is gelijkluidend aan het groepsverzoek dat betrekking heeft op de Julius Bär. Het verschil is dat de Nederlandse Belastingdienst nu de beschikking wenst te krijgen over de bankstukken over de jaren tot en met 2017 (in plaats van 2016).

 

De vraag of inkeren voor u de beste optie is, is niet eenduidig te beantwoorden. Heeft of had u een rekening bij de Julius Bär bank of de BNP Paribas Bank en vraagt u zich af of het in uw situatie verstandig is om in te keren of wilt u weten hoe te handelen na ontvangt van een brief van de Belastingdienst? Neem dan contact op met ons.