"Fiscale advocatuur is ook een tactische strijd: wij hebben de kennis en ervaring om te beslissen welke stappen leiden naar succes."

Boeteprocedure/Medeplegersboetes

Boeteprocedure

Belastingaanslagen kunnen gepaard gaan met hoge boetes (artikel 67a AWR e.v.). Is er een boete aangekondigd of heeft u een boete opgelegd gekregen? Dan is het eerst van belang vast te stellen om welk soort boete het gaat.

 

Voor het te laat of niet indienen van de aangifte (artikelen 67a en 67b AWR) of voor het te laat of niet betalen van de belasting (artikel 67c AWR) kan aan u een verzuimboete worden opgelegd. Het bedrag van de verzuimboetes is gemaximeerd rond de € 5.000.

 

Is de Belastingdienst echter van mening dat u opzettelijk uw aangifte niet of te laat heeft ingediend (artikel 67d), door uw toedoen grof schuldig of opzettelijk de aanslag te laag is vastgesteld (artikel 67e AWR) of dat u grof schuldig of opzettelijk de belasting te weinig, geen dan wel te laat uw belasting heeft betaald (artikel 67f AWR), dan kan aan u daarvoor een vergrijpboete worden opgelegd. In geval van een vergrijpboete betreft het een ernstig verwijt. De boetebedragen kunnen dan ook oplopen tot 100% van het nagevorderde of nageheven belastingbedrag. In geval van “zwart spaargeld” kunnen de boetes zelfs oplopen tot 300% van het nagevorderde belastingbedrag. Kortom bij vergrijpboetes zijn de belangen fors.

 

Een boete wordt in het algemeen opgelegd tegelijkertijd (bij dezelfde beschikking) met de navorderings- of naheffingsaanslag. De boeteprocedure wordt daarom meestal tegelijk met de bezwaar- of beroepsprocedure tegen de aanslag gevoerd. Desalniettemin, kent het boeterecht zijn eigen regelgeving en is het sterk verwant met het strafrecht. Dat is met name relevant ten aanzien van de bewijsvoering en de verwijtbaarheid. Dat ligt soms anders voor de aanslag en de boete. Zo wordt bewijs in straf- en dus boeteprocedures, eerder als onrechtmatig verkregen, uitgesloten dan in puur fiscale zaken en geldt dat toerekening van andermans schuld of opzet ten aanzien van een onjuiste aangifte soms wel kan, terwijl dat in geval van boetes absoluut ondenkbaar is. Verder moet rekening worden gehouden met verweer tegen de hoogte van de boete (straftoemetingsverweer).

 

In boeteprocedures is het aldus essentieel om kennis te hebben van en ervaring te hebben met zowel het fiscale (proces)recht als het straf(proces)recht. Bovendien is een boete niet alleen vanwege het verwijt en de hoogte ervan vervelend, maar kan het u mogelijk ook belemmeren in uw carrière of maatschappelijke functies. Laat u in zo’n geval dan ook bijstaan door onze advocaten die alle ins and outs van het boeterecht kennen

 

Medeplegersboete / deelnemersboete

Medio 2009 is de 4e tranche van de Awb in werking getreden. Sindsdien is het ook mogelijk om vergrijpboetes op te leggen aan medeplegers en feitelijk leidinggevers (artikel 5:1 awb). In 2014 zijn de mogelijkheden om een boete op te leggen nog verder uitgebreid. Sindsdien kunnen ook boetes worden opgelegd aan doen plegers, uitlokkers of medeplichtigen (artikel 67o AWR). Deze deelnemingsvormen zijn overgenomen uit het strafrecht. Ook voor een procedure tegen een medeplegersboete geldt dus dat kennis van en ervaring met het strafrecht cruciaal is.

 

Sinds 2015 komt het opleggen van medeplegersboetes daadwerkelijk op gang. Wij hebben inmiddels ervaring opgedaan met procedures tegen boetes die zijn aangekondigd of daadwerkelijk zijn opgelegd aan adviseurs en accountants.  

 

Door onze jarenlange ervaring met het strafrecht zijn we bedreven in de verdediging van “deelnemers”. Daardoor kunnen we u bovendien ook behoeden voor de valkuilen die uw werkzaamheden voor uw cliënt in dit geval met zich meebrengen, zoals een tegengesteld belang of het beroep op een pleitbaar standpunt.