"In de wirwar van wetten en procedures vind ik het juiste spoor voor mijn cliŽnt. Ik houd overzicht en koers op succes."

Schikken in strafzaken: gemengde gevoelens

 

In het tijdschrift Opportuun[1] stond recent een interview met Rutger Jeuken, rechercheofficier. In die hoedanigheid begeleidt hij zaaksofficieren bij strafrechtelijke onderzoeken. Daartoe behoort ook het deelnemen aan gesprekken over schikkingen.

 

In dat interview verdedigt Jeuken het feit dat het Openbaar Ministerie in fraudezaken transacties (in de volksmond: schikkingen) sluit waarmee aan de zaak een einde komt. Doorgaans betalen ondernemingen dan een flink bedrag als boete of ontneming van criminele opbrengsten terwijl veelal ook afspraken worden gemaakt over de publicatie van de transactie en over de aanpassingen van bedrijfsprocessen.

 

Jeuken noemt het vastlopen van het strafvorderlijke systeem als een belangrijke rechtvaardiging voor deze praktijk. Daarmee slaat hij de spijker op zijn kop. Fraude-onderzoeken kosten heel veel tijd. Is de FIOD eenmaal klaar met speuren, dan komt de verdediging aan de beurt. Het is ook onze ervaring dat de daarbij betrokken rechters-commissaris zeer druk bezet zijn en slechts met heel veel pijn en moeite tijd kunnen vrijmaken om bijvoorbeeld getuigen te horen. Daarbij lopen wij dan ook aan tegen de gang van zaken tijdens dergelijke getuigenverhoren die geen toonbeeld van een modern rechtsbedrijf is. Het horen van één getuige en het vastleggen daarvan kost al snel een dagdeel. U moet er niet van opkijken als de getuige daarvan netto één uur aan het woord is geweest.

 

Gelet op deze realiteit valt te prijzen dat het Openbaar Ministerie openstaat voor praktische oplossingen, waardoor een bedrijf leergeld kan betalen in ruil voor het afsluiten van een vervelende periode. Het vizier kan weer op de toekomst wordt gericht. Vooral cliënten die erkennen dat strafbare feiten zijn gepleegd en die bereid zijn hun handelwijze te beëindigen en aan te passen, zijn natuurlijk gebaat bij de bereidheid om te praten over een oplossing, een way out.

 

Toch is de bereidheid te schikken wat ons betreft niet alleen maar een hosanna-verhaal. Niet elke verdachte heeft ook daadwerkelijk strafbare feiten gepleegd. Zeker op het gebied van financiële en fiscale regelgeving is de wetgeving complex en vooral vaak ook onduidelijk. Winst maken is een belangrijke doelstelling van bedrijven. Dat betekent dat de kosten zoveel mogelijk beperkt moeten worden. Bedrijven zien zich geconfronteerd met concurrenten, die allemaal met behulp van adviseurs proberen om de wetgeving in hun voordeel uit te leggen en toe te passen. Bedrijven doen aan ‘die wedstrijd’ mee.

 

Onze praktijk laat zien dat de grenslijn tussen pleitbaar en strafbaar handelen heel onduidelijk is. Ook in zaken waarin de cliënt heeft geprobeerd legaal te opereren, kan de FIOD in actie komen. Doorzoekingen van een bedrijfspand door de FIOD staan soms nog eerder op internet dan dat de eigenaar zelf hiervan op de hoogte wordt gesteld. Als gevolg daarvan staat de ondernemer direct met de rug tegen de muur. De lezers van mediaberichten denken toch vaak: waar rook is, is vuur. Op social media wordt de verdachte vaak al binnen enkele minuten veroordeeld.

 

Maar ook daarbuiten ziet de verdachte zich geconfronteerd met vele partijen, die hun eigen onderzoek willen doen. De bank stelt vragen. De accountant twijfelt of hij nog wel wil blijven werken voor een verdachte cliënt; op zijn minst zal hij een diepgaand eigen onderzoek willen instellen om te voorkomen dat hij zelf bij het strafrechtelijke onderzoek betrokken raakt. Getalenteerde werknemers beginnen om te kijken naar een andere interessante baan; immers wie weet hoe lang de onderneming nog bestaat.

 

Deze greep uit het leven maakt duidelijk dat het leven van een verdachte volledig op zijn kop staat. Vanuit alle kanten wordt er druk op hem uitgeoefend. Wij maken regelmatig mee dat die druk zo hoog is dat de cliënt bereid is heel veel op te offeren om maar aan deze boze droom een einde te maken.

 

Overigens zal de cliënt eerst moeten wachten op de resultaten van het opsporingsonderzoek. Zoals gezegd duren dergelijke onderzoeken doorgaans heel lang. De medewerkers van de FIOD zijn nijvere en nieuwsgierige speurneuzen die bijzonder grondig te werk gaan. Zeker indien aan de verdenkingen internationale kanten zitten (hetgeen steeds vaker het geval is), is het tijdsverloop vaak helemaal niet meer te overzien. Hoewel er een heel stevig web van internationale verdragen voor rechtshulp bestaat, blijkt de uitvoering daarvan regelmatig alles behalve voortvarend te verlopen.

 

Voor een verdachte die haast heeft en zo snel mogelijk met het Openbaar Ministerie aan tafel wil, zijn de resultaten van het opsporingsonderzoek vaak de basis van het overleg. Dat is in veel gevallen een weinig aanlokkelijke onderhandelingspositie. De FIOD is niet alleen een ijverige organisatie maar ook een heel gedreven instelling. Niets menselijks is de medewerkers van de FIOD vreemd. Zij willen zo goed mogelijk hun werk doen. Het vertrekpunt is een bij de start van het onderzoek geformuleerde verdenking. Wat is er logischer dan dat tijdens het opsporingsonderzoek vooral wordt gezocht naar feiten, die passen bij die verdenking?

 

Hoewel de term ‘tunnelvisie’ in de loop van de jaren inmiddels wat afgezaagd is geraakt, is dit thema nog steeds actueel.

 

Het lezen van processen-verbaal van de FIOD is vaak heel boeiend en vermakelijk. Het zijn goed geschreven beschouwingen waarom de verdenking juist is. Maar is dit de waarheid…..?

 

Die eenzijdige benadering van het onderzoek wordt gestimuleerd door het feit dat de verdediging vaak buiten spel wordt gezet. Zelfs indien de verdediging tijdens het opsporingsonderzoek vraagt om bij de getuigenverhoren aanwezig te mogen zijn, worden dergelijke verzoeken doorgaans afgewezen. De FIOD wil graag eerst zelf het werk doen. Pottenkijkers hebben zij daarbij niet nodig.

 

Omdat gesprekken over een transactie vaak plaatsvinden na afloop van het FIOD-onderzoek en nader onderzoek van de verdediging veel te lang gaat duren, kunt u zich voorstellen dat de uitkomsten van het overleg wellicht wel een snel einde van het onderzoek betekenen maar dat daarmee niet per definitie recht wordt gedaan aan wat werkelijk is gebeurd.

 

In dat verband moet ook nog worden opgemerkt dat daar waar ondernemingen in aanmerking kunnen komen voor een transactie de verdachte natuurlijk personen vaak wel ‘de sjaak’ zijn.

 

Bij die ontwikkeling stellen wij grote vraagtekens. Zeker in de gevallen waarin de onderneming schikt om praktische redenen, is de vraag welke faire kans de betreffende verdachten natuurlijke personen nog hebben. Zodra een onderneming geconfronteerd wordt met een verdenking van ernstige feiten, wordt vaak het zittende management op een zijspoor gezet. Daarmee worden deze mensen doorgaans afgesloten van toegang tot de bedrijfsgegevens (zoals bijvoorbeeld e-mailbestanden), die nu juist essentieel zijn om een goede verdediging te kunnen voeren. Het nieuwe management ziet de verdenking als een virus uit het verleden dat zo snel mogelijk bestreden moet worden. Wat is dan aanlokkelijker dan erkennen dat zaken fout zijn gegaan, dat nieuwe procedures in gang zijn gezet om herhaling te voorkomen en de portemonnee te trekken om de beweerdelijke schade te vergoeden?

 

Direct door de zure appel heen bijten en de blik richten op de toekomst waarin alles alleen maar beter zal zijn.

 

Hoewel wij niet twijfelen aan de grondige en onbevooroordeelde toets van het bewijs in het dossier door de rechter, verwachten wij toch dat een dergelijke schikking die voorzien van een feitenrelaas wordt gepubliceerd toch impact zal hebben op het verdere proces. Het zal in ieder geval zeker invloed hebben op de verdachte cliënt, die met lood in zijn schoenen naar de rechtbank zal gaan om daar zijn onschuld te bepleiten. Hoe moet hij de vraag van de rechter: “Maar meneer, waarom heeft de onderneming dan een transactie aanvaard?” beantwoorden? Zijn advocaat zal hem verteld hebben dat de officier van justitie zal zeggen dat een transactie alleen wordt gesloten indien de zaak rond is. Jeuken bevestigt dat ook in zijn interview in Opportuun. Verder is het bedrijf op zitting niet aanwezig; dat heeft de zaak al lang achter zich gelaten. Kortom deze particuliere verdachte heeft een weinig benijdenswaardige positie.

 

Dat wij in Nederland de mogelijkheid hebben om een strafzaak met een transactie te beëindigen, is mooi. Die moet ook zeker in de gereedschapskist van het Openbaar Ministerie blijven. Niettemin zou er meer oog moeten zijn voor de schaduwkanten van die praktijk. Wij hebben daarvoor een aanzet gegeven in deze blog. In onze zaken deden wij dat altijd al en zullen wij dat blijven doen.

 

 

[1] Het relatietijdschrift van het Openbaar Ministerie

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}