ďPassie voor het recht, inleven in de positie van mijn cliŽnt, doordachte juridische argumenten vinden - dat is wat mij drijft.Ē

Over de doden niets dan goeds: beboeting van overleden rechtspersonen?

Gerechtshof Amsterdam 9 februari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:785

 

Het blijft altijd wonderlijk te constateren dat door ‘overleden’ rechtspersonen wordt geprocedeerd. Het is immers zeer de vraag of een dergelijke rechtspersoon nog wel rechtsgeldig kan worden vertegenwoordigd en zo ja, door wie. Wellicht dat de neiging om in rechte op te komen ontstaat omdat het nog wonderlijker is dat aan ‘overleden’ rechtspersonen belastingaanslagen en boetes worden opgelegd. Zo ook in een recente procedure bij het Gerechtshof Amsterdam.

 

Belastingplichtige, een stichting, is op 7 februari 2013 ontbonden en opgehouden te bestaan, omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn. Vanaf 29 januari 2013 is op hetzelfde adres een Limited gevestigd, waarin de activiteiten van de stichting zijn voortgezet. Dat maakt de situatie nog enigszins precair, omdat deze omstandigheid in het strafrecht wel aanleiding kan geven om de ‘nieuwe’ rechtspersoon te vervolgen. Dit aanknopingspunt speelt in de onderhavige casus geen rol.

 

Het is vaste jurisprudentie van de Strafkamer van de Hoge Raad dat de ontbinding van een rechtspersoon aan strafrechtelijke vervolging in de weg staat (zie HR 8 maart 1994, nr. 95180E, ECLI:NL:HR:1994:ZC9660).

 

Voor een uitgebreide analyse van deze jurisprudentie en die van de Belastingkamer verwijzen wij naar de bijdrage van A.A. Feenstra in het liber amicorum voor Hans Hertoghs.

De Rechtbank overwoog dat de invoering van de vierde tranche van de Awb per 1 juli 2009 aanleiding was om de mogelijkheid van beboeting van een ontbonden rechtspersoon af te stemmen op het strafrecht. Als een vervolging wordt aangevangen op het tijdstip dat voor derden kenbaar is dat een rechtspersoon is ontbonden, vervalt het recht tot strafvordering tegen die rechtspersoon. Dit zou met zich meebrengen dat ook boetes onder die omstandigheden achterwege dienen te blijven dan wel geen stand kunnen houden.

Dat ziet het Hof anders. Uit het recht noch uit de parlementaire behandeling volgt naar het oordeel van het Hof dat de mogelijkheid om fiscale boeten op te leggen aan ‘overleden’ rechtspersonen per 1 juli 2009 is vervallen. Het Hof oordeelt dat dit slechts anders is als sprake is van omstandigheden die tot de ontbinding van de rechtspersoon hebben geleid en die tot gevolg kunnen hebben dat van beboeting van de rechtspersoon moet worden afgezien omdat deze zich niet meer effectief zou kunnen verdedigen. Onder die omstandigheden zou beboeting in strijd komen met het in artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een ‘fair trial’ (vgl. HR 12 augustus 2005, nr. 38.303, ECLI:NL:HR:2005:AO9037). Van zulke omstandigheden is in de onderhavige situatie niet gebleken. De verzuimboetes blijven derhalve in stand.

In het licht van het pleidooi van de president van de Hoge Raad om rechtseenheid te creëren binnen de kamers van de Hoge Raad begrijpen wij niet dat in fiscale zaken zou moeten worden afgeweken van de lijn die de Strafkamer van de Hoge Raad heeft uitgetekend, zeker niet na 1 juli 2009. Het zou mooi zijn als deze casus wordt voorgelegd aan de Belastingkamer van de Hoge Raad zodat uitsluitsel kan worden verkregen of het uitgangspunt van het arrest uit 2005 nog wel opgeld doet anno 2017.

 

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}