"Er is veel specialistische kennis in huis. Deze kennis delen en doelgericht inzetten ten behoeve van de cliŽnt, daar zijn onze advocaten goed in!"

Hoort privacy in het museum?

Dat een van de speerpunten van het kabinet is om belastingontduiking en belasting­ont­wijking tegen te gaan, is alom bekend. Hierbij gaat de aandacht niet alleen uit naar multinationals. Ook individuele belastingplichtigen ontspringen deze dans niet. In onze praktijk valt een tendens te onderkennen dat de fiscus steeds vaker woon- en vestigingsplaatsonderzoeken instelt en daarbij grensverkenning niet schuwt. In deze onder­zoeken staat de vraag centraal of de persoon/entiteit in kwestie als binnenlands belasting­plichtige kan worden gekwalificeerd en daarmee voor zijn wereldinkomen in de Nederlandse heffing kan worden betrokken. De inspecteur is gerechtigd om vragen te stellen over de fiscale woonplaats van een belastingplichtige indien hij op basis van de aan hem bekende informatie zich in redelijkheid op het standpunt kan stellen dat deze vragen van belang zou­den kunnen zijn voor de belastingheffing van die belastingplichtige.[1] Het is aan de Inspecteur om dit belang te duiden.

Uit het eerste lid van artikel 4, Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR), volgt de algemene regel dat de woonplaats van de natuurlijke persoon en vestigingsplaats van een lichaam moet worden beoordeeld naar de omstandigheden. Voor deze open norm dient rekening te worden gehouden met alle relevante omstandigheden van de (vermeende) belasting­plichtige. Daarbij moeten de in aanmerking genomen omstandigheden ‘van dien aard zijn dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen belanghebbende en Nederland’.[2]

 

Woonplaats beoordeeld naar omstandigheden

De omstandigheden die daarbij in aanmerking kunnen worden genomen, zijn in de jurispru­dentie verder uitgewerkt. Voorbeelden zijn:

- het duurzaam ter beschikking hebben van een woning;
- de inschrijving in het bevolkingsregister;
- de woon- en verblijfplaats van gezin of familie;
- de plaats van arbeid;
- de plaats van aanhouden abonnementen, lidmaatschappen, verzekeringen;
- het land waar de belanghebbende een medische behandeling ondergaat;
- het verbruik van nutsvoorzieningen in Nederland;
- de plaats waar betalingen en uitgaven worden gedaan.

 

Museumbezoek ook een omstandigheid?

Kennelijk meent de Belastingdienst dat aan dit lijstje ook het museumbezoek kan worden toegevoegd. Rechtbank Amsterdam oordeelde namelijk in een civiele procedure dat de stichting Museumkaart gehouden is om informatie van een kaarthouder te verschaffen aan de Belastingdienst op basis van artikel 47 jo. 53 AWR.[3] De voorzieningenrechter achtte in die procedure de informatie die voortkomt uit het gebruik van de museumjaarkaart mogelijk relevant voor de belastingheffing:

Weliswaar zegt het gebruik van de museumkaart met name iets over de vrijetijdsbesteding van een persoon, maar de Belastingdienst heeft terecht gesteld dat de frequentie van de bezoeken en de bezochte locaties indicatoren kunnen zijn voor de woonplaats van de betrokkene in Nederland.”[4]

De informatie die de Stichting Museumkaart moet verstrekken zal door de Belastingdienst worden gebruikt in een woonplaatsonderzoek tegen de kaarthouder.

Vraag is uiteraard of een (mogelijk) frequent bezoek aan Nederlandse musea iets zegt over de fiscale woonplaats van de kaarthouder. Hoewel alle omstandigheden in onderling verband moeten worden beoordeeld om tot de conclusie te komen dat een persoon binnenlands belasting­plichtig is, kunnen wij ons voorstellen dat ook personen die vlak over de Neder­landse grens wonen vaak Nederlandse musea bezoeken. Een museumbezoek in Nederland zal ons inziens in een dergelijke situatie niet tot nauwelijks van belang kunnen zijn bij de beoor­deling van de woonplaats. 

 

Onderzoek naar museumjaarkaart gaat ver

Het onderzoek naar een museumjaarkaart gaat in onze ogen ver en verraadt wellicht de bewijs­positie van de inspecteur, hoewel de overige feiten en omstandigheden niet uit de uitspraak blijken. Het oordeel van de rechtbank over de relevantie van de museumkaart­informatie voor de belastingheffing lijkt wat te eenvoudig in het voordeel van de fiscus uit te vallen. Hoewel wij het oordeel van de rechtbank, met betrekking tot de mogelijke relevantie van museumjaarkaartinformatie, in zijn algemeenheid kunnen volgen, is de vraag over de proportionaliteit wat ons betreft te onderbelicht gebleven. Dat heeft te maken met de kwaliteit van de informatie die afkomstig is van een museumjaarkaart. De fiscus vorderde in deze zaak informatie vanaf het jaar 2014. In de periode 2003-2016 was de museumjaarkaart echter niet uitgerust met een foto waardoor de kaart makkelijk uitgeleend kon worden aan familie of anderen. Pas in 2016 is de foto op de museumkaart teruggekeerd.[5] Hierdoor valt niet met zekerheid te zeggen dat alle, of zelfs het merendeel van de museumbezoeken die door middel van de museumjaarkaart zijn geregistreerd, ook daadwerkelijk museum­bezoeken van de kaarthouder zijn geweest. Er worden aldus vergaande bevoegdheden ingezet voor informatie die niet of nauwelijks feitelijke waarde heeft.

Doordat de Stichting Museumkaart berust in de uitspraak van de Rechtbank[6] zal een oordeel van een hoger rechtscollege over de vraag of het opvragen van dergelijke informatie toelaat­baar is voorlopig uitblijven. Niettemin kunnen meer zaken zoals deze worden verwacht. Wij denken dan bijvoorbeeld aan het opvragen van informatie over de (sinds 2014[7]) geperso­na­liseerde Bonuskaart van Albert Heijn, of de persoonlijke OV-chipkaart. Over de privacy-schending door de Belastingdienst bij die laatste is al eens aan de bel getrokken.[8] De honger van de Belastingdienst is niet te stillen, zeker niet als het om binnenlands eten gaat.

 

 

[1] Hof ‘s-Hertogenbosch 4 maart 2012, ECLI:NL:GHSHE:2002:AE1436, r.o. 4.4.

[2] HR 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6824, BNB 2013/123, r.o. 3.2.2.

[3] Rechtbank Amsterdam 15 november 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8138.

[4] Rechtbank Amsterdam 15 november 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8138, rechtsoverweging 4.3.

[5] https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/museumkaart-krijgt-voortaan-foto-om-gesjoemel-tegen-te-gaan-~b76e8a41/.

[6] Rechtbank Amsterdam 15 november 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:8138.

[7] https://radar.avrotros.nl/nieuws/item/albert-heijn-komt-met-persoonlijke-bonuskaart/

[8] https://www.ovpro.nl/ov-chipkaart-2/2017/03/15/belastingdienst-moet-geen-toegang-krijgen-tot-ov-chipkaartdata/.

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Telefoonnummer *
Onderwerp nieuwsbrief
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}