ďIk vecht voor mijn cliŽnt met vlijmscherpe pleidooien."

Fraude in handelsketen: importeur te goeder trouw heeft recht op btw-vrijstelling

Het Hof van Justitie EU heeft onlangs geoordeeld dat de toepassing van de btw-vrijstelling bij invoer niet mag worden geweigerd aan een importeur, indien vaststaat dat pas later in de keten van leveringen btw-fraude wordt gepleegd en de importeur daar niet van op de hoogte was. Een lezenswaardige uitspraak van het HvJ EU, vooral omdat de tot nu toe gewezen rechtspraak van het Hof over frauduleuze handelingen in de handelsketen veelal was toegespitst op situaties waarbij btw-fraude van meet af aan was gepland. 

Btw-vrijstelling

Op grond van artikel 143 btw-richtlijn is de invoer van goederen vrijgesteld van btw, indien de goederen onmiddellijk na invoer met btw-vrijstelling worden geleverd aan een belastingplichtige in een andere lidstaat (intracommunautaire levering). Als gevolg van deze vrijstelling kan de grensoverschrijdende handel vlotter verlopen. De verschuldigdheid van btw bij invoer en de daarop volgende btw-aftrek blijft immers achterwege. De btw wordt daarmee voor het eerst verschuldigd in de lidstaat van aankomst in plaats van in de lidstaat van invoer. 

Arrest HvJ EU; de feiten

De in Bulgarije gevestigde bedrijven, K en B, hebben goederen aangekocht in Zwitserland. K en B schakelen vervolgens de in Oostenrijk gevestigde logistieke dienstverlener Vetsch in om het transport en de invoer in Oostenrijk te regelen. Vetsch trad daarbij op als indirect vertegenwoordiger. Dat betekent dat Vetsch de invoeraangiften op eigen naam maar onder de verantwoordelijkheid van K en B indiende. Daarmee was Vetsch ‘douanetechnisch’ de aangever/douaneschuldenaar van de goederen. Vetsch paste bij invoer de vrijstelling van artikel 143 btw-richtlijn toe.

Daarna zijn de goederen, in opdracht van K en B, door een andere transporteur naar Bulgarije overgebracht. Vaststaat dat K en B de intracommunautaire overbrenging van Oostenrijk naar Bulgarije zowel in Oostenrijk als in Bulgarije naar behoren hebben aangegeven en de verschuldigde belasting hebben voldaan. Daarnaast blijkt uit de verwijzingsbeslissing dat de Oostenrijkse autoriteiten niet hadden aangetoond dat deze bedrijven op de datum van de intracommunautaire overbrenging van die goederen naar Bulgarije, reeds voornemens waren fraude te plegen. 

Bij de daarop volgende verkoop in Bulgarije verwerkten K en B de leveringen echter niet correct in de btw aangifte, maar verklaarden zij (ten onrechte) dat sprake was van een intracommunautaire levering aan Vetsch. 

De Oostenrijkse douane wees vervolgens Vetsch aan als schuldenaar voor de btw bij invoer, nu zij de aangever van de goederen was en volgens de Oostenrijkse douane niet aan de voorwaarden voor de vrijstelling zou zijn voldaan. 

Oordeel HvJ EU

Het HvJ EU overweegt in de eerste plaats dat de invoer waarop een intracommunautaire levering en verwerving volgt en de levering ten aanzien waarvan vervolgens fraude is gepleegd (‘de doorverkoop in Bulgarije’) moeten worden beschouwd als handelingen die los van elkaar staan. 

Dat ziet het HvJ EU scherp. Voor de btw doen zich immers in casu meerdere (opeenvolgende) transacties voor met de daarbij voor elke transactie verantwoordelijke personen voor de btw. Eerst vindt invoer in Oostenrijk plaats. Daarvoor is Vetsch als aangever verantwoordelijk. 

Daarna vindt vanuit Oostenrijk een (fictieve) intracommunautaire levering door K en B plaats, gevolgd door een (fictieve) intracommunautaire verwerving door K en B in Bulgarije. Ook voor de daarop volgende leveringen in Bulgarije zijn K en B verantwoordelijk. 

Als uitgangspunt geldt dat de vrijstelling bij invoer niet mag worden ontzegd aan de importeur (Vetsch), in een situatie waarin pas later in de handelsketen (namelijk in Bulgarije) door de ontvanger van de goederen fraude wordt gepleegd. Voorwaarde is dan wel dat de belastingplichtige die aanspraak maakt op de vrijstelling, niet wist of had moeten weten dat fraude is of zal worden gepleegd. Uit de verwijzingsbeslissing bleek dat daarover in casu niets was komen vast te staan. 

Een uitspraak van het HvJ EU waarin wij ons goed kunnen vinden. De btw rekening wordt op deze manier neergelegd waar deze thuishoort, namelijk in Bulgarije waar de frauduleuze handelingen worden gepleegd en waar bovendien het eindverbruik plaatsvindt en niet bij de onschuldige importeur. 

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Telefoonnummer *
Onderwerp nieuwsbrief
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}