"Wij hebben oog voor de menselijke factor in de machtsverhouding tussen partijen."

Eenvoudiger kunnen we het niet maken

HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2842

Op 1 januari 2017 is een nieuwe strafbepaling ‘eenvoudig witwassen’ in werking getreden. Daarop vooruitlopend heeft de Hoge Raad op 13 december 2016 alvast van de gelegenheid gebruik gemaakt om toe te lichten hoe deze bepaling moet worden uitgelegd.

Eenvoudig witwassen betreft het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit enig eigen misdrijf. Deze bepaling is in de wet opgenomen, nadat de Hoge Raad tot een zogenaamde kwalificatie-uitsluitingsgrond oordeelde in die gevallen waarin het Openbaar Ministerie verdachten probeerde te vervolgen voor ‘gewoon’ witwassen wegens het verwerven of voorhanden hebben van voorwerpen, die uit eigen misdrijf afkomstig waren. De Hoge Raad stak daar een stokje voor door te overwegen dat een gedraging niet als witwassen kan worden gekwalificeerd als de verdachte geen handelingen heeft verricht die gericht zijn op het verbergen of verhullen van criminele herkomst. Daarmee werd beoogd te voorkomen dat een verdachte, naast het gronddelict, ook nog eens vrij ‘eenvoudig’ vervolgd kon worden voor een tweede misdrijf waarop zes jaar gevangenisstraf staat. Daarnaast werd bevorderd dat het grondmisdrijf (meer) centraal staat, omdat de feitelijke gedragingen van het gronddelict van groot belang zijn om te beoordelen of sprake is van enerzijds ‘voorhanden hebben/verwerven’ of anderzijds ‘verhullen/verbergen’. 

Vooruitlopend op discussies over de omvang en reikwijdte van eenvoudig witwassen geeft de Hoge Raad aan dat wordt verwacht dat hier kritisch naar wordt gekeken. Er moet (i) sprake zijn van een duidelijke bewezenverklaring van een gronddelict, of (ii) een duidelijke bewijsvoering van het verwerven of voorhanden hebben of (iii) de juistheid van de concrete toelichting van de verdachte over het verwerven of voorhanden hebben wordt in het midden gelaten. Daarbij helpt de Hoge Raad het Openbaar Ministerie op weg door te oordelen dat de tenlastelegging zowel het eenvoudig witwassen als het gronddelict kan omvatten, bij voorkeur in een subsidiaire variant om dubbele bestraffing en samenloop te voorkomen.


 

De toevoeging van eenvoudig witwassen in het Wetboek van Strafrecht maakt de discussies er in samenloop met (fiscale) fraudedelicten niet makkelijker op. 



Het ordeningsrecht, zoals het fiscale recht, biedt voldoende mogelijkheden om het financiële voordeel via de bestuursrechtelijke route te ontnemen. Hoewel praktische oplossingen kunnen worden gezocht door bijvoorbeeld een ontnemingsvordering af te wijzen na een fiscaal compromis (zie Rechtbank Amsterdam 21 december 2016, FutD 2017-0195), blijft het einde zoek in de voorfase van het opsporingsonderzoek. Witwassen lijkt het toverwoord voor de inzet van allerhande opsporingsbevoegdheden en een draconische wijze van beslaglegging door het Openbaar Ministerie. Eenvoudiger kunnen ze het niet maken?!  

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Telefoonnummer *
Onderwerp nieuwsbrief
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}