"Het beeld van de Liefdezuster in onze tuin is een symbool van het religieuze verleden van Breda."

De jacht op buitenlands vermogen gaat verder!

Sinds het jaar 2000 jaagt de Belastingdienst op buitenlands vermogen. Het is bovendien ook één van de aandachtsgebieden van de FIOD. Die jacht zal in 2018 onverminderd worden voortgezet. In deze bijdrage bespreken wij de relevante ontwikkelingen van de afgelopen periode en onze verwachtingen voor 2018. De navolgende onderwerpen komen aan de orde:

  • De nieuwe versie van het memo van de Belastingdienst met aandachtspunten projecten Vermogen in het Buitenland
  • Gedeeltelijke afschaffing van de inkeerregeling
  • Cryptovaluta

 

De nieuwe versie van het memo met aandachtspunten projecten Vermogen in het Buitenland

Medio 2016 is naar aanleiding van een WOB-verzoek het memo met aandachtspunten projecten Vermogen in het Buitenland (ViB-projecten), gedateerd 5 januari 2016, gepubliceerd. In de afwikkeling van één van onze inkeerzaken kregen wij medio vorig jaar van de Belastingdienst bericht dat er inmiddels een nieuwe versie van het memo beschikbaar was. Een exemplaar van deze nieuwe versie wilde de Belastingdienst echter niet aan ons verstrekken.

Hoewel wij geen voorstander zijn van openbaarheid van fiscale aangelegenheden menen wij dat de Belastingdienst bij vastgesteld beleid wél transparant zou moeten zijn. Om die reden hebben wij een WOB-verzoek ingediend om de actuele stand van zaken te vernemen. Uiteindelijk ontvingen wij op 1 december 2017 het bericht dat het verzoek werd gehonoreerd. Wij ontvingen de nieuwe versie van het memo, gedateerd 3 november 2016.

Belangrijk om vooraf op te merken is dat dit memo niet alleen ziet op de inkeerzaken, maar ook op zaken waarbij de fiscus zelf buitenlands vermogen op het spoor komt of op dat spoor wordt gezet. Het valt op dat grote delen van de nieuwe informatie in het memo niet openbaar worden gemaakt vanwege de financiële belangen van de staat en het belang van controle en toezicht door het bestuursorgaan. Zo blijven de passages over de groepsverzoeken aan Zwitserland en het debet- en creditcards project in paragraaf 2 onleesbaar.

Wel leesbaar zijn de passages over het niet meewerken aan ‘praktische’ oplossingen (paragraaf 7.7.). Daarbij wordt een drietal voorbeelden genoemd, beperkt tot gevallen waarbij meerdere belastingplichtigen zijn betrokken en wordt verzocht buitenlands vermogen slechts bij één belastingplichtige te belasten (echtscheiding, voormalig partners in een BV, erfgenamen) en de andere belastingplichtige daarover niet te informeren.

Er is een nieuwe paragraaf opgenomen over de herkomst van het vermogen uit criminele activiteiten (8.9). Dergelijke posten dienen te worden gemeld bij het Anti Money Laundering Centrum (AMLC) van de FIOD voor een strafrechtelijke beoordeling. De daarbij behorende indicatoren zijn (wederom) onleesbaar gemaakt. Bij de criminele activiteiten ook wordt genoemd ‘een fiscaal misdrijf waarvoor niet is ingekeerd’. Bij een inkeermelding is immers artikel 69 lid 3 AWR van toepassing en zal op grond van eerdere mededelingen van de Staatssecretaris geen melding worden gedaan.

Een ander aspect waar in dit memo aandacht aan wordt besteed is de geestelijke gesteldheid van de belastingplichtige als argument om informatie niet te verstrekken of om de boete te matigen (9.1.5.). Daarbij verwijst de Belastingdienst naar het bekende arrest van de Hoge Raad van 13 november 2015[AP4]  (ECLI:NL:2015:3273) en een tweetal andere uitspraken. Dit arrest en deze uitspraken zien echter uitsluitend op de informatieverstrekking. Er is echter wel degelijk een uitspraak van een rechtbank bekend, waaruit blijkt dat de geestelijke gesteldheid aanleiding is om de boete aanzienlijk te matigen (Rb Gelderland 10 september 2015, ECLI:NL:RBGEL:2015:5532).

Een laatste paragraaf, die is toegevoegd betreft de strafrechtelijke vervolging (11.13). Deze paragraaf bespreekt de strafrechtelijke vervolging in relatie tot het AAFD-protocol. Eigenlijk bevestigt deze paragraaf onze eerdere veronderstelling dat bij de projecten met betrekking tot vermogen in het buitenland aanvullende en afwijkende wegingscriteria zijn afgesproken en onder de noemer van ‘thematische aanpak’ voor strafrechtelijke vervolging worden aangemeld. Daarbij wordt genoemd:

  • Openstaande schulden;
  • Ontkenners;
  • Valsheid in geschrifte;
  • Verschuivers;
  • Maatschappelijke relevantie, misbruik publieke gelden en regelingen;
  • Uitstraling;
  • Niet meldende adviseurs;
  • Verwijtbare advisering.
     

Er is een speciaal formulier beschikbaar (Quickscan ViB – Aanmelding fiscale en overige delicten), waarin de thematische aanpak is meegenomen en dus los van de gebruikelijke wegingsfactoren in het AAFD-protocol kan worden bezien of strafrechtelijk vervolging geïndiceerd is. Het blijft derhalve zinvol om rekening te houden met de mogelijkheid van strafvervolging en na aanvang van een onderzoek aandacht te vragen voor de wijze waarop een zaak hiervoor is aangemeld. Bij een afwijking van het AAFD-protocol mag immers van een officier van justitie een nadere onderbouwing worden verwacht.

Gelet op de afschaffing van de inkeerregeling (hieronder meer) lijkt het waarschijnlijk dat het memo zeer binnenkort weer wordt aangepast. Zodra wij dit ontvangen, zullen wij u wederom informeren.

Andere verweerpunten, die door de Belastingdienst in dit memo worden besproken, zoals het beroep op het legaliteitsbeginsel ten aanzien van de boete en de verweren omtrent de schending van de privacy ten aanzien van de wijze waarop informatie uit het buitenland wordt verkregen, zullen hoogstwaarschijnlijk dit jaar verder worden uitgekristalliseerd. Ook zal dit jaar blijken of en zo ja in hoeverre de Belastingdienst aan de slag gaat met de ontvangen informatie op basis van de Common Reporting Standards (CRS) en het informatieverzoek aan de VS met betrekking tot American Express.   

 

Afschaffing van de inkeerregeling voor ‘zwartspaarders’

Hierover is al het nodige geschreven. Daar waar aanvankelijk de hele inkeerregeling zou komen te vervallen, heeft de wetgever uiteindelijk een beperking van de inkeerregeling opgenomen met betrekking tot box 3 voor zover het ziet op het in het buitenland aangehouden vermogen.

De nieuwe tekst van artikel 67n, lid 3, en artikel 69, lid 3 AWR luidt thans als volgt:

Artikel 67n, lid 3: Het eerste lid (laatste twee jaren boetevrij, toevoeging Hertoghs beschouwt) is niet van toepassing voor zover de juiste en volledige aangifte, dan wel de juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft, onderscheidenlijk hebben, op inkomen uit sparen en beleggen dat in het buitenland is opgekomen.

Artikel 69, lid 3: Het recht tot strafvervolging op de voet van dit artikel vervalt, indien de schuldige alsnog een juiste en volledige aangifte doet, dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een of meer van de in artikel 80, eerste lid, bedoelde ambtenaren de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden. In afwijking van de eerste volzin vervalt het recht tot strafvervolging op de voet van dit artikel niet voor zover de schuldige alsnog een juiste en volledige aangifte doet, dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt die betrekking heeft, onderscheidenlijk hebben, op inkomen uit sparen en beleggen dat in het buitenland is opgekomen.

Bij deze wetswijziging is overgangsrecht opgenomen, waarin staat dat de oude inkeerregeling van toepassing blijft op aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn ingediend of ingediend hadden moeten worden en informatie die vóór 1 januari 2018 is verstrekt of had moeten worden verstrekt. Het zal dus nog wel even duren voordat de oude inkeerregeling zijn werking verliest. Bovendien heeft de Staatssecretaris benadrukt dat het vrijwillig melden van buitenlands vermogen nog steeds strafverminderend werkt. Als de Staatssecretaris er prijs op stelt dat spijtoptanten met buitenlands vermogen zich blijven melden, is het wenselijk dat de Staatssecretaris snel in beleid vastlegt hoe dit in de praktijk gaat uitwerken, vooral in samenhang met de mogelijkheid van strafrechtelijke vervolging en de thematische aanpak uit het AAFD-protocol.

 

Cryptovaluta

Een afgeleide van buitenlands vermogen zijn cryptovaluta. Al eerder hebben wij in Hertoghs Beschouwt aandacht besteed aan de informatie die is gepubliceerd naar aanleiding van een WOB-verzoek over de fiscale behandeling van cryptovaluta. Na bankrekeningen in een land met een bankgeheim en buitenlandse structuren kan wellicht worden gesteld dat cryptovaluta een nieuwe vorm lijkt te zijn om vermogen (in zekere mate) anoniem aan te houden. De Belastingdienst heeft aangegeven dat cryptovaluta worden aangemerkt als overige bezittingen in box 3. Koerswinsten en -dalingen blijven vooralsnog buiten beschouwing.

Gelet op de aanzienlijke stijging van de waarde van cryptovaluta over de afgelopen twee jaar zal dit in de komende jaren nog wel tot de nodige discussie gaan leiden, bijvoorbeeld over de navorderingstermijn, de wijze van betaling van een belastingschuld over cryptovaluta (kan dat ook in cryptovaluta?), de invordering enz.

Anderzijds moet worden opgemerkt dat cryptovaluta met enige regelmaat in negatieve zin in het nieuws zijn. Ook het Openbaar Ministerie en diverse toezichthouders wijzen op de ‘gevaren’ van cryptovaluta. Nu ook de Belastingdienst nadenkt over de wijze waarop men cryptovaluta wil gaan onderzoeken, komt de vraag op of deze negatieve benadering niet al snel tot een buitenproportionele reactie van toezichthouders zal gaan leiden. Wat doet een bank bij een aankoop of verkoop van een aanzienlijk bedrag aan cryptovaluta? Gaat de Belastingdienst nader onderzoek verrichten bij vermelding van een bedrag aan cryptovaluta in de aangifte?

Relevant om in dit kader nog op te merken zijn de witwas typologieën en de te verwachten (voorgenomen) wijzigingen in de WWFT.  Het FIU heeft inmiddels witwas typologieën opgenomen voor cryptovaluta handelaren en bitcoinmixers. Er is begin 2017 een motie aangenomen in het Europees Parlement om voorstellen te ontwikkelen met betrekking tot cryptocurrency.

Kortom, de jacht op buitenlands vermogen gaat door.

Voor meer informatie over de inkeerregeling en andere vragen over buitenlands vermogen wijzen wij u naar onze website of ons boek ‘de jacht op buitenlands vermogen’.

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Telefoonnummer *
Onderwerp nieuwsbrief
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}