"In de wirwar van wetten en procedures vind ik het juiste spoor voor mijn cliŽnt. Ik houd overzicht en koers op succes."

De AVG en het recht op inzage in het eigen belastingdossier

In zijn arrest van 4 mei jl. heeft de Hoge Raad uiteengezet wat moet worden verstaan onder op de zaak betrekking hebbende stukken en wanneer recht bestaat op inzage daarin en daarmee samenhangend de plicht om deze in de procedure in te brengen.[1] Zie hiervoor Hertoghs Beschouwt van 15 mei 2018.

Het recht op inzage in deze op de zaak betrekking hebbende stukken is gekoppeld aan de hoorzitting en geldt dus nadat bezwaar is gemaakt tegen een beschikking en om een hoorzitting is verzocht (artikel 7:4 Awb). In de beroepsprocedure dient de inspecteur deze stukken bij verweerschrift in te zenden (artikel 8:42 Awb).

Inzage kan ook aan de orde zijn voordat een besluit is genomen, bijvoorbeeld indien een boete is aangekondigd (artikel 5:49 Awb). In dat geval bestaat recht op inzage in de stukken die aan het boetevoornemen ten grondslag liggen, voordat de boete daadwerkelijk wordt opgelegd. Het recht op inzage voorafgaand aan een bezwarend besluit kan ook aan de orde zijn indien het Europees rechtelijke verdedigingsbeginsel van toepassing is, zoals volgt uit artikel 41 van het Handvest van de Europese Unie. Zie hiervoor ook Hertoghs Beschouwt van 23 januari 2018. Uitgangspunt daarbij is dat belastingplichtigen recht hebben op inzage in de stukken die ten grondslag liggen aan het bezwarende besluit, vóórdat dit besluit (bijv. de belastingaanslag) wordt vastgesteld.

 

Het inzagerecht is – zoals hiervoor is aangegeven – steeds gekoppeld aan een (te nemen) besluit. Maar weet u los daarvan welke informatie de Belastingdienst over u verzamelt? Welke informatie de Belastingdienst van derden ontvangt die op u betrekking hebben?

 

Artikel 67, lid 2, onder a, AWR biedt de belastingplichtige de mogelijkheid om inzage te vragen in de stukken die hij of zij zelf aan de Belastingdienst verstrekt heeft. Relevanter of zeker interessanter zijn natuurlijk de stukken die van derden afkomstig zijn. Een recht op inzage daarin kan sinds 25 mei jl. worden ontleend aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (verder: AVG).

De AVG biedt de belastingplichtige rechten ten aanzien van inzage en gebruikmaking van de eigen persoonsgegevens die de fiscus ten aanzien van de belastingplichtigen heeft verwerkt. Ons inziens biedt dit een grondslag voor het in een vroegtijdig stadium inzicht krijgen in relevante documenten.

 

De oude Wet bescherming persoonsgegevens

Alvorens in te gaan op deze mogelijkheid uit de AVG, zullen we aandacht besteden aan de mogelijkheid tot inzage onder de voorganger van de AVG, de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Lange tijd werd een belastingdossier niet als persoonsregistratie aangemerkt. Dit is in 2001 met de invoering van de Wbp gewijzigd. Op basis van artikel 35, lid 1, Wbp kon de belastingplichtige natuurlijk persoon de Belastingdienst verzoeken of over hem persoonsgegevens werden verwerkt en deze aan hem te overhandigen. Binnen vier weken moest de Belastingdienst daarop reageren en aangeven welke gegevens werden verwerkt, met welk doel deze werden verwerkt, welke categorie gegevens werd verwerkt en inzicht geven over de herkomst van de betreffende gegevens. Aangezien dit inzagerecht wettelijk was geregeld, gold dit als een uitzondering op de geheimhouding van artikel 67 AWR. Op grond van die bepaling konden deze gegevens aldus niet worden onthouden. Een uitzondering op de inzageplicht gold wel indien sprake was van één van de in artikel 43 Wbp genoemde situaties, zoals de aanwezigheid van een strafrechtelijk onderzoeksbelang.

Hoewel de Wbp specifiek zag op de bescherming van de privacygegevens van natuurlijke personen, mag niet snel worden aangenomen dat informatie van een vennootschap van de inzageverplichting is uitgezonderd. Zo oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State[2] op 26 juni 2017 dat ANPR-gegevens die door de Belastingdienst worden verwerkt, moeten worden bezien als persoonsgegevens in de zin van de Wbp. Dit geldt ook indien het kenteken is geregistreerd op naam van een rechtspersoon, omdat daarmee de natuurlijk persoon kan worden geïdentificeerd. Het criterium daarbij is of de gegevens alleen of in combinatie met andere gegevens zo kenmerkend zijn voor een natuurlijke persoon dat deze daarmee kan worden geïdentificeerd. Als daarvan sprake is, vallen die stukken aldus ook onder het toepassingsbereik van de inzageplicht.

 

Procedure AVG omtrent inzageverzoek

De Wbp is inmiddels vervallen en vervangen door de AVG. Ook de AVG biedt belastingplichtigen rechten ten aanzien van inzage in de gegevens die ten aanzien van hen door de Belastingdienst worden verwerkt. De Belastingdienst dient desgevraagd inzicht te verschaffen in de persoonsgegevens die ten aanzien van belastingplichtigen worden verwerkt. Dit inzagerecht is geregeld in artikel 15 van de AVG. Ook moet de fiscus kunnen uitleggen voor welk doel deze gegevens worden verwerkt. Tevens kan de belastingplichtige verzoeken om gegevens te verwijderen als deze in strijd of niet ter zake dienend met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Dit betreft gegevens die – volgens de rechtspraak onder de Wbp –  alleen of in combinatie met andere gegevens zo kenmerkend zijn voor een natuurlijke persoon dat deze daarmee kan worden geïdentificeerd. Dit betekent dat gegevens die betrekking hebben op rechtspersonen hier tevens onder kunnen vallen, zolang ze maar herleidbaar zijn tot de natuurlijk persoon die inzage vordert in zijn ‘persoonsgegevens’.

Op de website van de Belastingdienst is aangegeven dat belastingplichtigen in het kader van de AVG een verzoek om inzage kunnen doen.[3] De Belastingdienst moet hier in beginsel binnen vier weken op reageren. Artikel 15, lid 1, sub f, AVG voorziet in de mogelijkheid tot het indienen van een klacht bij de autoriteit persoonsgegevens op het moment dat de Belastingdienst niet (of slechts gedeeltelijk) voldoet aan het recht op inzage.[4] Ook menen wij dat een afwijzing inzake het recht op inzage ingevolge de AVG – net als de voorganger de Wbp – een voor bezwaar vatbare beschikking betreft, waar bezwaar en beroep tegen open staat. In het oude artikel 45 Wbp is namelijk reeds bepaald dat een beslissing op een verzoek om inzage in persoonsgegevens door een bestuursorgaan, zoals de Belastingdienst, aangemerkt moet worden als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Ons inziens is dit met de vervanging van de Wbp door de AVG niet gewijzigd. 

Naast alle reeds bestaande mogelijkheden om inzage te verkrijgen in de stukken die van belang zijn in het kader van een procedure tegen een fiscale beschikking, biedt de AVG de mogelijkheid om al in een vroegtijdig stadium te weten te komen over welke gegevens de Belastingdienst beschikt. De AVG: doe er uw voordeel mee.

 

[1] Hoge Raad 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:672.

[2] ABRvS 26 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2008.

[3] https://over-ons.belastingdienst.nl/themas/omgaan-met-gegevens/factsheet-omgaan-met-gegevens/; zie nader gespecificeerd: https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/niet_in_enig_menu/prive/privacy#inzien

[4] https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/zelf-doen/privacyrechten/privacyklacht-indienen.

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Telefoonnummer *
Onderwerp nieuwsbrief
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}