ďPassie voor het recht, inleven in de positie van mijn cliŽnt, doordachte juridische argumenten vinden - dat is wat mij drijft.Ē

Bitcoins, cryptovaluta en fiscaliteit

WOB-verzoek Fiscaal up to Date met betrekking tot cryptovaluta

De staatssecretaris van Financiën heeft onlangs gereageerd op een WOB-verzoek van het FutD betreffende de fiscale aspecten rondom cryptovaluta zoals Bitcoin.[1] Met name de bijlagen bij deze brief bevatten interessante informatie.

 

In één van de bijlagen bij de brief van de staatssecretaris van Financiën van 30 oktober 2017[2] wordt vermeld dat particulieren cryptovaluta moeten aangeven als vermogen in box 3 tegen de waarde in het economisch verkeer. Koerswinsten en -verliezen “lijken” volgens de bijlagen niet belast. Verder is te lezen dat betalingen in crypto als bron van inkomen of omzet kunnen gelden en dat valutatransacties met Bitcoin zijn vrijgesteld van btw.[3] Duidelijk wordt ook dat het huidige juridische en fiscale systeem nog niet is ingericht op alle nieuwe digitale valuta en dat landen hiermee verschillend omgaan.

 

Achtergrond en werking van cryptovaluta

Bitcoin is een digitale munteenheid. De gedachte achter de cryptovaluta[4] is om zonder tussenkomst van een financiële- of overheidsinstelling een veilig en betrouwbaar betaalmiddel te creëren door encryptietechnieken. De werking van Bitcoin (en andere cryptovaluta) is gebaseerd op een database die decentraal en open is en daarmee niet afhankelijk is van één of meerdere servers.[5] De database wordt onderhouden door een wereldwijd, niet gecentraliseerd netwerk, waarvan niemand exclusief eigenaar is. Het is een zogenoemd peer-to-peer netwerk van onderling met elkaar verbonden computers die samen de eigendom verdelen. Het is dus een open netwerk waaraan iedereen die wil, kan deelnemen.

 

Elke transactie wordt opgeslagen in een zogenoemde “blockchain”. Hierin staat informatie over de betrokken accounts en transacties. Dit is een essentieel onderdeel van het systeem. Op deze wijze kunnen mensen niet dezelfde digitale munten opnieuw gebruiken. Duizenden kopieën van het digitale grootboek, die elke seconde met elkaar worden vergeleken, verzekeren de eigendom van Bitcoin door verificatie met het digitale grootboek. Blockchain maakt het mogelijk om elke transactie te controleren en te verifiëren.

 

Bitcoins worden gegenereerd door deze te “minen”, namelijk het decoderen van versleutelde puzzels. Wordt een “blok” van deze puzzel gedecodeerd, dan komen er bitcoins vrij aan de “miner” als beloning. De vrijgekomen bitcoins door de “miner” komen zo in de Bitcoin-database. De opname in de Bitcoin-databank wordt gekoppeld aan twee codes: de “public key” en de “private key”. De “private key” dient als wachtwoord om de bitcoins daadwerkelijk uit te geven. Hoewel iedereen bitcoins kan sturen naar het publieke adres, kan uitsluitend degene die de “private key” heeft, de eigendom van de bitcoins claimen.

 

Transacties kunnen worden gedaan door gebruikmaking van een “wallet”. Dit is een digitale portemonnee waarmee coins verhandeld of verzilverd kunnen worden op crypto-exchanges. Het is ook mogelijk een “paper wallet” te genereren. Hierbij wordt de “public key” en de “private key”, in de vorm van een QR-code op papier afgedrukt worden. Deze “paper wallets” kunnen vervolgens, net als contant geld, ingewisseld worden. Zo zijn er ook Bitcoin-pinautomaten in Nederland te vinden waarbij je door middel van de QR-code bitcoins kunt kopen of verkopen.[6]

 

Crypto’s en fiscaliteit

Interessant is dat in één van de bijlagen bij de brief van 30 oktober 2017[7] wordt gemeld dat de Belastingdienst aanknopingspunten ziet om Bitcoin-mutaties in het logbestand “blockchain” te controleren. Hiervoor wordt verwezen naar een onderzoek van de Universiteit van Californië waaruit is gebleken dat het mogelijk is om de identiteit van de gebruikers van Bitcoin te achterhalen. Uit Duits onderzoek (nu.nl van 28 augustus 2013) is gebleken dat 40% van de Bitcoin gebruikers geïdentificeerd kon worden. Alle mutaties per Bitcoinadres zijn namelijk openbaar. Hoewel in de bijlagen is opgemerkt dat het niet altijd even gemakkelijk is om de eigenaar van het Bitcoinadres te achterhalen, bestaat die mogelijkheid dus wel.

 

De mogelijkheid bestaat dus dat de Belastingdienst belastingplichtigen ‘op het spoor’ komt die bitcoins hebben en deze niet fiscaal hebben verantwoord. Hiervoor is het goed te wijzen op de mogelijkheid om in te keren (vrijwillige verbetering).

 

Inkeer

Per 1 januari 2018 wordt naar verwachting de mogelijkheid om in te keren afgeschaft. In het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2018 is voorzien in overgangsrecht. De afschaffing van de inkeerregeling treft alleen belastingaangiften die na 1 januari 2018 gedaan moeten worden. Voor aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn gedaan – of niet zijn gedaan, waar wel voor die datum hadden moeten zijn gedaan – kan nog steeds gebruik worden gemaakt van de inkeerregeling. Dit betekent dat cryptovaluta die vóór 1 januari 2018 in een belastingaangifte hadden moeten zijn verantwoord, alsnog onder de huidige inkeerregeling verantwoord kunnen worden. Deze mogelijkheid om in te keren geldt niet (meer) indien een belastingplichtige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de Belastingdienst hem op het spoor is of zal komen.

 

Navorderingstermijn: 5 of 12 jaar?

Mocht een belastingplichtige ervoor kiezen om voor cryptovaluta een inkeermelding te doen of de fiscus komt de cryptovaluta zelf op het spoor, dan rijst de vraag welke navorderingstermijn van toepassing is. Uit de informatie die is verstrekt naar aanleiding van het WOB-verzoek blijkt niet hoe de Belastingdienst hiermee omgaat.

 

De bevoegdheid om na te vorderen vervalt in beginsel vijf jaar na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Deze termijn is twaalf jaar (artikel 16, lid 4, AWR) “indien te weinig belasting is geheven over een bestanddeel van het voorwerp van enige belasting dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen”. Beide termijnen kunnen worden verlengd met de termijn waarvoor uitstel is verleend voor het doen van de belastingaangifte.

 

Uit de wetsgeschiedenis met betrekking tot de verlengde navorderingstermijn komt naar voren dat deze is bedoeld voor situaties waarin de belastingplichtige bepaalde in het buitenland opgekomen inkomensbestanddelen of gehouden vermogensbestanddelen buiten het zich van de fiscus houdt, waardoor deze buiten het controlebereik van de fiscale zijn gehouden.[8] Relevant is aldus de vraag waar worden bitcoins aangehouden en waar zijn zij opkomen?

 

In één van de bijlagen bij de brief van 30 oktober 2017 staat het volgende voorbeeld:

 

“Let wel op, je Bitcoins kan je dus opslaan als digitale data in je wallet op je PC. Daarmee ontstaat er ook een vorm van kwetsbaarheid. In 2009 had een Engelsman voor een fractie 7.500 Bitcoins gekocht. Afgelopen jaar had hij zijn oude PC weggegooid en was vergeten dat de beveiligde sleutel om bij zijn Bitcoins te komen nog op de harddisk stonden. Hij heeft de harddisk met inmiddels een waarde van € 5,5 miljoen niet meer kunnen achterhalen.”

 

Volgens dit voorbeeld bevinden de bitcoins zich op de PC waarop de “wallet” (met beveiligde sleutel) staat. Als deze computer en daarmee de “wallet” in Nederland staat, is de conclusie dat de bitcoins in Nederland worden aangehouden. Genereert de crypto-gebruiker een “paper wallet” (geprinte bitcoins) dan wordt de digitale munt fysiek tastbaar. Zou een belastingplichtige de crypto-gelden aldus (op papier) printen dan is de bewaarplaats daarvan relevant voor de vraag welke navorderingstermijn van toepassing is. Als de papieren bitcoins zich in Nederland bevinden, is hierop de vijf jaarstermijn van toepassing. De hiervoor genoemde lijn kan ook worden gevolgd indien sprake is van het opkomen van deze crypto valuta. De “wallet” valt binnen het controlebereik van de fiscus, zodat ook dat niet in de weg staat aan het maximeren van de navorderingstermijn tot (in beginsel) vijf jaren.

 

Duidelijk is dat de digitale munt zijn weg nog moet vinden binnen de fiscale regelgeving. Een interessante ontwikkeling die wij op de voet volgen.

 

 

[1] Brief van de staatssecretaris van Financiën 30 oktober 2017, nr. 2017-0000165171.

[2] Bijlage bij brief van de staatssecretaris van Financiën 30 oktober 2017, nr. 2017-0000165171 (memo ‘de opkomst van de Bitcoin (en alternatieve)’ als digitale betaaleenheid).

[3] Artikel 135, lid 1, onderdeel e, Btw-richtlijn: HvJ 22 oktober 2015, Hedqvist, zaak C-264/14.

[4] Volgens HvJ 22 oktober 2015, Hedqvist, zaak C-264/14, is Bitcoin een wettig betaalmiddel in de zin van artikel 135 Btw-richtlijn.

[5] https://bitcoin.org/en/developer-guide#proof-of-work, geraadpleegd op 19 november 2017.

[6] Zie https://www.bright.nl/bitcoin-pinautomaat-van-nederland-eerste-automaat. In 2014 werd de eerste Bitcoin-pinautomaat gelanceerd.

[7] Bijlage bij brief van de staatssecretaris van Financiën 30 oktober 2017, nr. 2017-0000165171 (memo ‘de opkomst van de Bitcoin (en alternatieve)’ als digitale betaaleenheid).

[8] HR 28 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:645, V-N 2017/38.22.5.

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}