"Fascinerend zo'n roofvogel. Zweeft hoog in de lucht, houdt zijn prooi haarscherp in de gaten en slaat op het juiste moment toe."

Bindende tariefinlichting in het douanerecht: bezint eer ge begint?!

Het douanerecht is een niche in het fiscale landschap. Een niche die meer dan andere fiscale aandachtsgebieden is gebaseerd op Europese en internationaal vastgestelde regels. Zo wordt het douanetarief bij invoer in Nederland vastgesteld op basis van Europese bepalingen. Om het douanetarief te kunnen vaststellen, dient een importeur te bepalen onder welke (op Europees niveau vastgestelde) goederencode zijn producten vallen die hij wenst in te voeren.

 

De douanetarieven die aan de diverse goederencodes zijn gekoppeld kunnen fors van elkaar verschillen. Het invoeren van goederen met een – in de ogen van de douane – onjuiste goederencode kan in de praktijk dan ook leiden tot forse navorderingen.

 

Voor een voorbeeld waarin de verschillende tariefmogelijkheden ten aanzien van een specifiek product tot uitdrukking komen, verwijzen wij naar een recent arrest van de Hoge Raad van 26 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:103, waarin de indeling (en dus het douanetarief) van ‘bananenpuree’ in geschil was. Indien de puree als ‘vruchtenmoes’ onder goederencode 2007 99 39 van de GN zou moeten worden ingedeeld, dan is het tarief 24%, vermeerderd met Euro 23 per 100 kilogram. Kan de puree echter worden ingedeeld onder goederencode 2008 99 49 als ‘vruchten (…), op andere wijze bereid of verduurzaamd (…)’ dan is een tarief van 17,6% van toepassing. Een groot verschil in douanetarief derhalve.

 

Omdat het bepalen van de goederencode vaak niet eenvoudig is en dikwijls tot de nodige discussie met de douaneautoriteiten leidt, kan de importeur, voordat hij zijn producten ten invoer aangeeft, een bindende tariefinlichting (“BTI”) aanvragen.

 

Maar aan het gebruik van een BTI zijn wel de nodige voorwaarden verbonden en de reikwijdte is – mede onder invloed van de Europese jurisprudentie en veranderde wetgeving per 1 mei 2016 (1) – steeds verder ingeperkt. Het is verstandig om deze voorwaarden en reikwijdte in beeld te hebben, vóórdat een BTI wordt aangevraagd. Kortom, “bezint eer ge begint!”.

 

De mogelijkheid om een zogenoemde BTI aan te vragen, is verankerd in de Europese douanewetgeving (2). Een BTI is een beschikking van de douaneautoriteiten op het gebied van de goederenindeling voor een specifiek product in de GN. Een belangrijk kenmerk van een BTI is dat deze niet alleen van toepassing is in de lidstaat van afgifte, maar in alle lidstaten van de EU kan worden gebruikt. De aanvraag vindt plaats in de lidstaat waar de importeur is gevestigd of in de lidstaat waar de BTI gebruikt zal gaan worden (dus waar de goederen worden ingevoerd) (3).

 

Een BTI heeft een geldigheidsduur van drie jaar. Tegelijkertijd zijn er in de Europese douanewetgeving gevallen opgenomen als gevolg waarvan de BTI haar geldigheid (voortijdig) verliest. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als een BTI niet langer in overeenstemming is met een wijziging in de goederennomenclatuur (GN) of met nieuwe jurisprudentie van het Hof van Justitie EU (HvJ EU) (4). In die gevallen verliest een BTI dus al eerder zijn rechtsgeldigheid. Wel is het zo dat een importeur tot dat moment de zekerheid heeft dat de in de BTI vermelde goederencode kan worden gehanteerd en dat derhalve geen navordering plaatsvindt.

 

Het meest verstrekkend is de mogelijkheid voor de douaneautoriteiten om een BTI met terugwerkende kracht – vanaf het moment van afgifte – in te trekken.

 

Daarvoor is vereist dat de douaneautoriteiten aantonen dat zij ten tijde van de aanvraag van de BTI onvolledig of onjuist zijn geïnformeerd (5). De aanvraag van een BTI vergt derhalve een goede en zorgvuldige voorbereiding. Tijdens deze voorbereiding zal bepaald moeten worden welke elementen van (essentieel) belang zijn voor het bepalen van de tariefindeling van een specifiek product, welke informatie (al dan niet) wordt verstrekt en op welke wijze de informatie en toelichting op het douanetarief aan de douaneautoriteiten worden gepresenteerd.   

 

Hoewel een BTI in de praktijk zeker voordelen biedt, is de toepassing van de BTI door de jaren heen – mede als gevolg van de jurisprudentie van het HvJ EU – steeds beperkter geworden. Onder andere de zaken Timmermans van 22 januari 2004 (zaaknummers C-133/02 en C-134/02) (6), de zaak Intermodal Transports van 15 september 2005 (zaaknummer C-495/03) (7) en op 7 april 2011 de Sony-zaak (zaaknummer C-153/10) (8) hebben daaraan bijgedragen. Na de Timmermans-zaken kwam vast te staan dat de douaneautoriteiten een BTI ook kunnen intrekken als zij hun standpunt wijzigen over de indeling van een bepaald product. Dat was en is nog altijd een forse inbreuk op de rechtszekerheid die een BTI tot dan toe met zich meebracht. In de zaak Intermodal Transports kwam tot uitdrukking dat alleen een rechthebbende rechten kan ontlenen aan de indeling van de in de BTI omschreven goederen. Uit het hiervoor genoemde zaak Sony blijkt dat dit zelfs zo ver gaat dat een gelieerde maatschappij – die zelf niet de rechthebbende van een BTI is – alleen een beroep op de BTI van een andere gelieerde maatschappij kan doen als deze namens de rechthebbende de douaneaangifte verzorgt.

 

Een belangrijke consequentie van de afgifte van een BTI is dat deze niet alleen de douaneautoriteiten bindt, maar ook de houder van de BTI.

 

Is de BTI eenmaal afgegeven, dan zal de rechthebbende de BTI derhalve verplicht moeten gebruiken bij het doen van de douane aangifte. In de Europese douanewetgeving is daarom de voorwaarde opgenomen dat de importeur het referentienummer van de BTI in de aangifte vermeldt (9). Legt de importeur de BTI naast zich neer en geeft hij de goederen onder een andere goederencode aan, dan doet de importeur (in beginsel) een onjuiste aangifte, hetgeen in de Nederlandse douanewetgeving strafbaar is gesteld. Een extra reden derhalve om van te voren goed af te wegen of een BTI-aanvraag wenselijk is. De zekerheid vooraf kan immers tot gevolg hebben dat een importeur na afgifte van de BTI verplicht een ongunstige goederencode dient te hanteren.

 

Daar komt nog bij dat in de Europese douanewetgeving expliciet tot uitdrukking komt dat de douaneautoriteiten – indien zij voornemens zijn af te wijken van de door de importeur in de aanvraag vermelde goederencode – niet de verplichting hebben dit van te voren kenbaar te maken en te motiveren (10). De importeur heeft dus na de aanvraag niet het recht om te worden gehoord of om het voorlopig standpunt van de douane omtrent de tariefindeling te vernemen, maar zal de BTI moeten afwachten waaraan hij dan vervolgens gebonden is.

 

Omdat de BTI een beschikking van de douaneautoriteiten is, bestaat vervolgens wel de mogelijkheid om tegen deze beschikking binnen zes weken een bezwaarschrift bij de douaneautoriteiten in te dienen, eventueel gevolgd door beroep bij de rechtbank Noord-Holland, hoger beroep bij de douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam en tenslotte cassatie bij de belastingkamer van de Hoge Raad. De presentatie en juiste onderbouwing van argumenten spelen in zo’n procedure uiteraard een belangrijke rol, evenals formeelrechtelijke aspecten zoals de vraag op wie de bewijslast rust, of de vraag of het oproepen en/of gebruiken maken van deskundigen zinvol is.

 

1. Per 1 mei 2016 zijn het Communautair Douanewetboek (CDW) en de Uitvoeringsverordening CDW vervangen door nieuwe verordeningen: het Douanewetboek van de Unie en de daaraan gekoppelde uitvoeringsverordening en gedelegeerde verordening.

2. Artikel 33, lid 1 Douanewetboek van de Unie (DWU)

3. Artikel 19, lid 1 Gedelegeerde Verordening DWU (2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015)

4. Zie artikel 34 DWU voor de gevallen waarin de BTI voortijdig zijn geldigheid verliest

5. Artikel 34, lid 4 DWU

6. HvJ EU 22 januari 2004, ECLI:EU:C:2004:43

7. HvJ EU 15 september 2005, ECLI:EU:C:2005:552

8. HvJ EU 7 april 2011, ECLI:EU:C:2011:224

9. Artikel 33, lid 2, letter a DWU juncto artikel 20 Uitvoeringsverordening DWU (2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015

10. Artikel 22, lid 6, letter a DWU

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Telefoonnummer *
Onderwerp nieuwsbrief
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}