ďIk vecht voor mijn cliŽnt met vlijmscherpe pleidooien."

AEO-status: Douane vraagt te veel gegevens op

De Europese douanewetgeving biedt aan bedrijven de mogelijkheid om de status van "geautoriseerde marktdeelnemer" te verkrijgen, in douanejargon de zogenoemde “AEO-status”. Deze status levert in de praktijk de nodige voordelen op, zoals vereenvoudigingen bij het vervullen van douaneformaliteiten en minder douanecontroles bij invoer. Maar om de AEO-status te verkrijgen (en behouden) dient wel aan (strenge) voorwaarden te worden voldaan en vindt tussentijds toetsing door de douane plaats.

Zo mag het bedrijf geen ernstige of herhaalde overtredingen van de douanewetgeving en belastingvoorschriften hebben begaan en geen strafblad met zware misdrijven hebben. De douane vraagt, om dit te controleren, van de bij het bedrijf betrokken personen nadere gegevens op, zoals de namen en de fiscale identificatienummers.

Het Hof van Justitie (EU)[1] heeft onlangs een belangwekkend arrest gewezen, waarin de kring van personen van wie gegevens mogen worden opgevraagd duidelijk wordt afgebakend.

Aanleiding arrest HvJ EU

Deutsche Post maakte bezwaar tegen de gegevens die zij volgens de Duitse douane moest verstrekken om de AEO-status van het bedrijf te controleren. Zo moest zij onder meer opgave doen van de leden van de raden van advies, van de raad van commissarissen, de voornaamste leidinggevenden en de personen die verantwoordelijk zijn voor douanezaken en de personen die de douanezaken behandelen.

Van deze personen eiste de Duitse douane bovendien dat de fiscale identificatienummers werden verstrekt én de gegevens van de voor hen bevoegde belastingkantoren. Daarmee zou de douane vervolgens in staat zijn om bij de belastingkantoren navraag te doen naar eventuele ernstige en herhaalde overtredingen van belastingvoorschriften door deze personen.

Deutsche Post stelde vervolgens in de procedure bij de Duitse rechter dat de kring van personen van wie informatie werd opgevraagd uitgebreider is dan de kring van personen die wordt genoemd in art. 24, lid 1, Uitvoeringsverordening Douanewetboek van de Unie (Uvo.DWU), en dat bovendien een deel van de medewerkers, omwille van de privacy, geen toestemming wenst te verlenen om hun fiscale identificatienummer door te geven.

De Duitse rechter heeft vervolgens prejudiciële vragen aan het HvJ EU gesteld over de reikwijdte van artikel 24 Uvo.DWU en de gestelde eis om fiscale identificatienummers van betrokken personen door te geven.

Wettelijke basis

Als gezegd is het voor het behouden van de AEO-status van belang dat de aanvrager/rechtspersoon geen ernstige of herhaalde overtredingen van de douanewetgeving en belastingvoorschriften heeft begaan en geen strafblad met zware misdrijven in verband met de economische activiteit heeft. In artikel 24 Uvo.DWU is vervolgens bij fictie bepaald wanneer de aanvrager/rechtspersoon geacht wordt te voldoen aan deze criteria. Zo wordt de aanvrager geacht te voldoen aan deze criteria wanneer de aanvrager (rechtspersoon) zelf, de persoon die voor de rechtspersoon verantwoordelijk is, of de persoon die zeggenschap heeft over de leiding van het bedrijf en de werknemer die verantwoordelijk is voor de douanezaken, in de drie jaar voorafgaande aan de aanvraag geen ernstige of herhaalde overtredingen van de douanewetgeving en belastingvoorschriften heeft begaan en geen strafblad met zware misdrijven in verband met de economische activiteit heeft gehad.

Voorts heeft de Europese wetgever, speciaal met het oog op de aanvraag (en het behoud) van de AEO-status, een invulformulier in het leven geroepen met daarbij een toelichting en invulinstructies[2]. Uit deze instructie volgt van welke personen gegevens moeten worden verstrekt. Het gaat hier om een (veel) uitgebreidere kring van personen dan de personen genoemd in artikel 24 Uvo. DWU. Het gaat dan (o.a.) om de volgende personen: de (voornaamste) eigenaren/aandeelhouders, de medewerker die verantwoordelijk is voor douanezaken, de namen van de voornaamste medewerkers van de onderneming (directeuren, afdelingschefs, hoofd van de boekhouding, hoofd van de afdeling douanezaken enz.) en de naam van medewerkers met een bijzondere douane-expertise binnen de organisatie.

Oordeel HvJ EU: kring van personen is beperkt

Het HvJ EU maakt in zijn arrest duidelijk dat uitsluitend gegevens mogen worden opgevraagd van de personen genoemd in artikel 24 Uvo. DWU. Deze bepaling heeft dus uitdrukkelijk geen betrekking op leden van raden van advies en raden van commissarissen van een rechtspersoon, de afdelingschefs (behalve wanneer zij verantwoordelijk zijn voor douanezaken van de aanvrager), hoofden van de boekhouding en de personen belast met de behandeling van douanezaken. Voor algemeen directeuren geldt dat deze alleen onder deze bepaling vallen indien zij de verantwoordelijken van de aanvrager zijn of zeggenschap hebben over de leiding van het bedrijf.

Verder heeft het Hof beslist dat art. 24 Uvo.DWU zo moet worden gelezen dat meerdere personen binnen een onderneming verantwoordelijk kunnen zijn voor de aanvrager of samen zeggenschap hebben over de leiding of dat meerdere personen verantwoordelijk kunnen zijn voor de douanezaken van de onderneming.

Op de vraag of vervolgens ook de fiscale identificatienummers en bijbehorende belastingkantoren van de betreffende personen moeten worden verstrekt, wordt door het HvJ EU bevestigend geantwoord. Een identificatienummer is weliswaar een persoonsgegeven en mag alleen worden verzameld voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden[3], maar daar wordt volgens het Hof in dit geval aan voldaan. Voor het toekennen van de AEO-status moeten de douaneautoriteiten namelijk ook kunnen beschikken over informatie over de betrouwbaarheid van de in art. 24 Uvo.DWU genoemde natuurlijke personen bij de naleving van de douanewetgeving en belastingvoorschriften. Het verwerken van de gegevens van deze personen is dan ook een toereikende en ter zake dienende maatregel om na te gaan of geen van deze personen een van de genoemde overtredingen heeft begaan.

Gevolgen voor de praktijk

Een belangwekkend arrest voor de praktijk. Weliswaar acht het HvJ EU het geoorloofd om voor de AEO-toets het fiscale indentificatienummer (en bijbehorende belastingkantoor) op te vragen, maar dan alleen voor de kring van personen zoals genoemd in artikel 24 Uvo.DWU. Voor de uitbreiding van de kring van personen zoals uit het aanvraagformulier van de douane volgt, bestaat dus uitdrukkelijk geen wettelijke grond.

 

 


[1] Arrest HvJ EU, nr. C-496/17 (Deutsche Post), 16-01-2019

[2] Bijlage 6 bij Overgangsverordening (EU) 2016/341

[3] Richtlijn 95/46 en Verordening (EU) 2016/679

 

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Telefoonnummer *
Onderwerp nieuwsbrief
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}