"Ik zorg voor een sterke verdediging en ben aanvallend waar nodig."

2019: "And now we welcome the new yearÖ

…full of things that have never been”[1]. De waarheid als een koe. Ook op fiscaal gebied, elk jaar weer. Lopende dossiers en procedures  worden voortgezet. Nieuwe worden gestart. De regels van het spel veranderen daarbij steeds een beetje. Door nieuwe jurisprudentie en wetgeving die op 1 januari in werking is getreden of nog in de pijplijn zit. In deze Hertoghs Beschouwt een korte toelichting op enkele van de (verwachte) fiscale ontwikkelingen in 2019.

Jurisprudentie

Begin vorig jaar wierpen wij in de Hertoghs Beschouwt van 20 februari 2018 en het BTW-bulletin 2018/28 de vraag op of de wet voldoende grondslag biedt voor het beboeten van fiscale eenheden voor de omzetbelasting. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch zal hierover vermoedelijk in het eerste kwartaal uitspraak doen.

Naar verwachting doet de Hoge Raad dit jaar uitspraak in diverse zaken waarin de box 3-vermogensrendementsheffing over de jaren 2013 en 2014 centraal staat. A-G Ettema heeft op 31 december 2018 conclusie genomen in vijf zaken daarover.[2] Kort gezegd concludeerde zij dat van strijd met het recht op eigendom in de zin van artikel 1 EP EVRM geen sprake is, omdat de kwestie niet op regelniveau (dus apart voor spaargeld, beleggingen, onroerend goed) maar op basis van het totale box 3-vermogen moet worden beoordeeld. Voor de beoordeling gaat zij vervolgens uit van de toets die de Hoge Raad in 2016 formuleerde. In die zin zou het begrijpelijk zijn als de Hoge Raad de A-G in haar conclusie zal volgen. Echter, de Hoge Raad maande de wetgever destijds ook om het forfaitaire rendement aan te passen, om te voorkomen dat de vermogensrendementsheffing op enig moment alsnog in strijd zou komen met artikel 1 EP EVRM.[3] Met de aanwijzing van de Hoge Raad heeft de wetgever voor die jaren evenwel niets kunnen doen. Zou de Hoge Raad daarin wellicht niettemin aanleiding vinden om in afwijking van de A-G ditmaal te oordelen dat wel sprake is van strijd met artikel 1 EP EVRM? Overigens is met ingang van 2017 het forfaitaire rendement wel aangepast. Nieuwe procedures zullen moeten uitwijzen of die veronderstelde percentages wel realistisch zijn.[4] Nu wachten we eerst de uitkomst van deze zaken af. Waarbij het ook interessant is te bezien wat de Hoge Raad zal doen met het eventueel verlenen van rechtsherstel in het geval dat hij zou oordelen dat de box 3 vermogensrendementsheffing (al dan niet op regelniveau) inderdaad in strijd is met artikel 1 EP EVRM. Volgens de A-G kan de rechter daarin niet zelf voorzien, maar is het aan de wetgever. En dan is het maar afwachten of die de handschoen wel oppakt.

Nieuwe wetgeving

Op 18 december 2018 heeft de Eerste Kamer het Belastingplan 2019 en de ATAD1 implementatiewetgeving aangenomen.[5] De belangrijkste wijzigingen op het gebied van formeel belastingrecht betreffen vier invorderingsmaatregelen: 1. de alternatieve bekendmaking van een belastingaanslag ten name van een belastingschuldige (waarvan vermoed wordt dat) die is opgehouden te bestaan - zie ook Hertoghs Beschouwt van 24 september 2018; 2. Een uitbreiding van de informatieplicht voor personen die nog niet aansprakelijk zijn gesteld, maar ten aanzien van wie de Belastingdienst wel aanwijzingen voor aansprakelijkheid heeft (zogenoemde potentieel aansprakelijken); 3. de uitbreiding van de mogelijkheden om de belastingschuld te verhalen op begunstigden; en 4. De uitbreiding van verhaalsmogelijkheden op erfgenaam die een erfenis zuiver aanvaarden.

Een ander wijziging uit het belastingplan 2019 betreft de herintroductie van het gebruik van camerabeelden met behulp van Automatic Number Plate Recognition (ANPR). In 2017 oordeelde de Hoge Raad[6] dat het gebruik van ANPR-camerabeelden voor de inkomstenbelasting in strijd was met het recht op privacy in de zin van artikel 8 EVRM omdat daarvoor een duidelijke wettelijke grondslag ontbrak. Naar aanleiding daarvan werd het ANPR-cameratoezicht ook voor de motorrijtuigenbelasting (MRB) stopgezet. Langs deze weg wil de wetgever de Belastingdienst die mogelijkheid toch weer geven, met het verschil dat nu een degelijke wettelijke grondslag wordt geïntroduceerd in artikel 77a Wet motorruituigenbelasting 1994. Het gebruik van ANPR-camerabeelden gaat vooralsnog dus niet voor de inkomstenbelasting (privégebruik auto) gelden

Tot slot liggen momenteel twee wetsvoorstellen in het kader van de strijd tegen belastingontduiking/-ontwijking ter consultatie voor:

  • Het gaat om het voorstel waarbij de Belastingdienst per 1 januari 2020 de bevoegdheid krijgt om vergrijpboeten aan intermediairs (zoals adviseurs), die onherroepelijk zijn komen vast te staan, openbaar te maken. Uitzonderingen op openbaarmaking zijn mogelijk, maar helaas zal de praktijk leren wanneer en hoe die precies gelden. De verwachting is dat die openbaarmaking vooral een preventieve werking heeft in het kader van belastingontduiking (Hertoghs Beschouwt van 25 september 2017; en
  • het voorstel waarbij intermediairs vanaf 1 juli 2020 verplicht worden om constructies die gebruikt kunnen worden om belasting te ontwijken bij de Belastingdienst te melden, oftewel Mandatory Disclosure (Hertoghs Beschouwt van 9 juli 2018).

Op deze wetsvoorstellen kan nog tot 1 februari worden gereageerd[7]. Vervolgens zullen de definitieve wetsvoorstellen later dit jaar bij de Tweede Kamer worden ingediend.

Kortom interessante ontwikkelingen. Enjoy the ride!

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}