"Er is veel specialistische kennis in huis. Deze kennis delen en doelgericht inzetten ten behoeve van de cliŽnt, daar zijn onze advocaten goed in!"

#176 Van uitstel komt afstel?

Het gebeurt regelmatig dat in zaken zowel strafrechtelijk als fiscaalrechtelijk wordt geprocedeerd. Deze procedures bestaan naast elkaar en kennen hun eigen kaders (zie bijvoorbeeld ook Hertoghs Beschouwt #153) maar zijn ontegenzeggelijk van invloed op elkaar.

Dat weet ook de Belastingdienst. Niet zelden zal de inspecteur dan ook willen wachten met de behandeling van het bezwaar tot zekerheid bestaat over de uitkomst in de strafrechtelijke zaak. Bij een strafrechtelijke veroordeling zal de inspecteur de bezwaarprocedure immers ervaren als kat in ’t bakkie. Maar ook voor de verdachte c.q. belastingplichtige bestaan er strategische belangen met betrekking tot het vertragen of versnellen van de ene of andere procedure. Dit kan zelfs van doorslaggevend belang zijn.  

Het vertragen of zelfs aanhouden van procedures kan in de praktijk soms jarenlang duren. In een recente uitspraak van de Rechtbank Limburg hield de inspecteur de behandeling van het bezwaar ruim tien jaar aan. In dat geval betekende het aanhouden van de behandeling van het bezwaar uiteindelijk dat de uit de aanslag volgende belastingschuld inmiddels was verjaard.

Wachten..

Medio 2007 zijn aan een ondernemer naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de jaren 2002, 2003 en 2004. De ondernemer gaat hiertegen in bezwaar. Maar omdat ook een FIOD onderzoek loopt – het gaat om de fiscale fraudezaak Marge tegen de “BTW carrouselfraudeurs van de Vinkenslag” - besluit de inspecteur om de bezwaarprocedure aan te houden totdat de officier van justitie informatie kan vrijgeven. Met het wachten op deze informatie passeren de eerste vier jaren van de behandeling van het bezwaar.

Het delen van de inhoud van het strafrechtelijk onderzoek met de Belastingdienst gebeurt regelmatig, zeker in dit soort zaken waarin het gaat om dezelfde feiten. Gezien de materie wekt het ook geen verbazing dat de Belastingdienst op de uitkomst van het strafrechtelijk onderzoek heeft willen wachten. Het werk van de FIOD zal immers gretig worden gebruikt door de Belastingdienst als onderbouwing voor (de handhaving van) de aanslagen.

.. en uitstellen

Medio 2011 verzoekt de inspecteur om het bezwaar te motiveren. Vervolgens is het de ondernemer die uitstel vraagt voor het aanvullen van de motivering van het bezwaar omdat hij de uitkomst van de strafzaak wil afwachten. Daarmee gaat de inspecteur akkoord. Zodoende ligt de zaak weer drieënhalf jaar stil.

Begin 2014 wil de inspecteur de bezwaarprocedure gaan afronden (overigens dateert het vonnis in eerste aanleg dan al van november 2012). Het bezwaar wordt gemotiveerd door de gemachtigde, maar de beslissing op bezwaar wordt wederom aangehouden. Ditmaal in afwachting van getuigenverhoren in hoger beroep van de strafzaak. Weer passeert vier jaar. De uitspraak in de strafzaak in hoger beroep volgt pas eind 2018.

Verjaring

Ná de afronding van de strafzaak begint in 2019 de discussie over de vraag of de vorderingen die voortvloeien uit de aanslagen – die dus dateren van medio 2007 – inmiddels zijn verjaard. Op grond van art. 4:104 lid 1 Awb verjaart de rechtsvordering vijf jaren nadat de betalingstermijn is verstreken. Deze termijn wordt verlengd met de tijd gedurende welke uitstel van betaling is verleend. Hoe een en ander in deze zaak precies is verlopen blijkt helaas niet uit het vonnis. De aanslagen waren direct invorderbaar verklaard.

Dat uitstel van betaling zou zijn verleend aan de ondernemer ligt daarom niet in de lijn der verwachting. Of anderszins de verjaringstermijn zou zijn gestuit, blijkt ook niet uit het vonnis. Wel is duidelijk dat de ondernemer het belangrijk vindt om duidelijkheid te hebben over de invorderingskwestie, nu hij als eiser in deze civiele procedure vordert om voor recht te verklaren dat de belastingschulden zijn verjaard. De Ontvanger erkent dat de belastingschuld is verjaard en heeft medegedeeld dat er geen invorderingsmaatregelen meer zullen plaatsvinden. Het vonnis van de Rechtbank is inhoudelijk dan ook weinig sprankelend nu de vordering reeds op grond van die erkenning toewijsbaar is.

Duaal terrein

Deze uitspraak van Rechtbank Limburg is het sluitstuk van jarenlange fiscale en strafrechtelijke procedures. Op dat duale terrein waarin wordt geprocedeerd over dezelfde materie kunnen partijen een groot belang hebben bij het versnellen of vertragen van de ene of andere procedure, soms zelfs van doorslaggevend belang. In de regel betekent dat voor de verdediging het inhoudelijk gelijk halen in de daarvoor meest geschikte procedure, maar of dat de fiscale of strafrechtelijke is zal per zaak verschillen. Dat daarbij uiteindelijk ook formele regels van groot belang kunnen zijn, blijkt wel uit deze uitzonderlijke zaak.

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Telefoonnummer *
Onderwerp nieuwsbrief
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}