"Fascinerend zo'n roofvogel. Zweeft hoog in de lucht, houdt zijn prooi haarscherp in de gaten en slaat op het juiste moment toe."

#175 Weigeringsrecht van de cliŽnt

De wetgeving van de laatste jaren staat bol van (toekomstige) meldplichten voor dienstverleners, waarmee advocaten worden geconfronteerd. Er is al een meldplicht voor ongebruikelijke transacties. Daarnaast komt er een meldplicht voor potentieel agressieve belastingstructuren en er komt een terugmeldplicht in het kader van de invoering van een UBO-register. De vertrouwelijkheid van de relatie van een natuurlijk persoon of rechtspersoon met zijn vertrouwenspersonen, zoals de advocaat, komt hierdoor steeds meer onder druk te staan. Dat vinden wij een slechte ontwikkeling.

Niettemin heeft de Hoge Raad op 3 april 2020 het belang van het verschoningsrecht van een advocaat nogmaals onderstreept, én een eigen recht op vertrouwelijkheid benoemd voor de cliënt van de advocaat. Vertrouwelijke informatie tussen advocaat en cliënt, ook als deze is opgenomen in andere stukken dan correspondentie, behoeft niet te worden verstrekt aan de FIOD en de Belastingdienst. In deze Hertoghs Beschouwt bespreken wij het arrest van de Hoge Raad.

De casus

In deze zaak heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken bij SNS Reaal. De vraag is of SNS Reaal mag weigeren om de onderzoekers inzage te geven in informatie die is uitgewisseld met een advocaat of notaris en is opgenomen in notulen, bestuursbesluiten en correspondentie. SNS Reaal vindt dat aan haar een afgeleid verschoningsrecht toekomt in relatie tot de geheimhoudersinformatie in de genoemde stukken. De onderzoekers menen evenwel dat, gelet op de doelstellingen van de enquête en de taak en de positie van de onderzoekers, SNS Reaal aan de onderzoekers zonder voorbehoud inzage moet geven in alle stukken die de onderzoekers nodig achten voor het uitvoeren van het bevolen onderzoek.

Verschoningsrecht

De Hoge Raad verwijst naar de vaste jurisprudentie over het verschoningsrecht, waaruit voortvloeit dat advocaten en notarissen tot de beperkte groep van personen behoren die uit hoofde van de aard van hun maatschappelijke functie verplicht zijn tot geheimhouding van al hetgeen hun in hun hoedanigheid wordt toevertrouwd. In verband daarmee komt hun tevens het recht toe zich te dien aanzien te verschonen van een eventuele verplichting tot het verschaffen van informatie.[1] De vraag of boeken, bescheiden of andere gegevensdragers deel uitmaken van dit verschoningsrecht dient te worden beantwoord door de verschoningsgerechtigde zelf.[2]

Doorwerking naar de cliënt: weigeringsrecht

Vervolgens oordeelt de Hoge Raad over de positie van de cliënt van de verschoningsgerechtigde, in dit geval de rechtspersoon SNS Reaal, die een beroep doet op een afgeleid verschoningsrecht. De rechtspersoon die zich om advies of bijstand tot een advocaat of notaris heeft gewend, heeft zelf geen afgeleid verschoningsrecht, ook niet voor zover de rechtspersoon met de advocaat of notaris uitgewisselde vertrouwelijke gegevens onder zich heeft. Hij kan immers niet worden aangemerkt als een persoon aan wie de door hem benaderde geheimhouder vertrouwelijke gegevens heeft toevertrouwd, met als gevolg dat hem uit dien hoofde een afgeleid verschoningsrecht toekomt.[3]

Daarmee is de kous voor de rechtspersoon in kwestie niet af. Integendeel! De Hoge Raad oordeelt: “Hoewel de rechtspersoon zelf zich niet op een afgeleid verschoningsrecht kan beroepen, kan hij niettemin een gerechtvaardigd belang hebben om te weigeren mee te werken aan het onderzoek, voor zover door de onderzoekers inzage wordt verlangd in informatie die hij met zijn advocaat of notaris in diens hoedanigheid heeft uitgewisseld, en waarvan de raadpleging of verstrekking niet kan geschieden zonder dat geopenbaard wordt wat, gelet op de vertrouwenssfeer tussen de rechtspersoon enerzijds en zijn advocaat of notaris anderzijds, verborgen dient te blijven. Het belang dat een ieder de vrijheid heeft om een vertrouwenspersoon te raadplegen zonder vrees voor openbaarmaking van hetgeen aan die vertrouwenspersoon in diens hoedanigheid wordt toevertrouwd, zou immers onaanvaardbaar worden geschaad indien degene die een geheimhouder wil raadplegen, niet vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking zou kunnen vastleggen en bewaren hetgeen hij zelf aan de geheimhouder heeft toevertrouwd en hetgeen de geheimhouder hem heeft meegedeeld.”

Verstrek dus geen stukken met geheimhoudersinformatie!

Ook de cliënt van de advocaat kan zich op de vertrouwelijkheid van de met de advocaat uitgewisselde informatie beroepen, indien de advocaat zich ter zake van deze informatie niet op een verschoningsrecht beroept. Het komt nog geregeld voor dat opsporingsinstanties als de FIOD of belastingdienstambtenaren betwisten dat het verschoningsrecht van de advocaat moet worden geëerbiedigd als deze informatie in andere stukken is opgenomen dan de correspondentie tussen advocaat en cliënt. Met deze uitspraak van de Hoge Raad in de hand kan de inzage in of verstrekking van deze andere stukken dan de correspondentie worden geweigerd.

 

 


[1] HR 1 maart 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC9066 (Notaris Maas).

[2] HR 2 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9262.

[3] HR 27 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV3426.

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Telefoonnummer *
Onderwerp nieuwsbrief
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}