"Wij geloven in teamwork en maken daarmee de ketting zo sterk als de sterkste schakel"

#157 Ook de Belastingdienst maakt fouten

Deze kop van Hertoghs Beschouwt is natuurlijk het intrappen van een open deur. Onze trouwe lezers weten dat wij regelmatig laten zien dat belastinginspecteurs ook maar gewone mensen zijn. Net als belastingplichtigen maken zij regelmatig fouten. Het verschil is wel dat een belastingplichtige het risico loopt een boete te krijgen terwijl de belastinginspecteur zich daar geen zorgen over hoeft te maken.

Wekelijks speuren wij de fiscale media af naar relevante rechtspraak teneinde steeds up-to-date te zijn. Deze week trok een uitspraak van de rechtbank Gelderland gepubliceerd op 25 februari 2020 (ECLI:NL:RBGEL:2020:734) onze bijzondere aandacht. Niet alleen omdat deze mooi illustreert dat een inspecteur er flink naast kan zitten, maar ook omdat duidelijk blijkt dat de boeteresistentie van de inspecteur ertoe leidt dat risicoloos met hagel geschoten kan worden om het doel van belastingheffing te treffen.

Een Stiftung in Liechtstein

Deze zaak had betrekking op een mevrouw die op enig moment betrokken was geraakt bij een door haar vader opgerichte Stiftung in Liechstenstein. Pa had in 1975 vermogen in deze stichting ondergebracht, kort nadat hij de huwelijkse voorwaarden met zijn vrouw had opgeheven. Na het overlijden van vader in 1995 bleek in deze stichting bijna € 10.000.000 aan vermogen te zitten. Na het overlijden werden moeder en de vier kinderen begunstigde van het vermogen. Bovendien werden voor de kinderen subrekeningen geopend waarop hun aandeel alvast werd geparkeerd.

Dit alles gebeurde buiten het zicht van de Nederlandse Belastingdienst. Bij één dochter ging deze fiscale blinde vlek jeuken hetgeen ertoe leidde dat zij in 2013 inkeerde. Als gevolg daarvan betaalde zij alsnog inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over een groot aantal jaren inclusief rente. Echter, dit alles was kennelijk voor de belastinginspecteur nog niet genoeg.

Schenkingsrecht via een tweetrapsraket

De belastinginspecteur had bedacht dat daarnaast ruim 20 jaar later ook nog recht van schenking betaald moest worden. Daarvoor had hij een tweetrapsraket gebouwd.

In de eerste plaats vond hij de stichting fiscaal transparant (zoals kennelijk ook voor de inkomstenbelasting was gebeurd) en ontwaarde hij een schenking van moeder aan dochter van 10 procent van het stichtingsvermogen. Vanwege de huwelijksgemeenschap was moeder nog gerechtigd tot de helft van het vermogen en dus was voor de helft van het saldo op de subrekening van dochter sprake van een schenking. De rechter maakte hier korte metten mee. De rechter stelde vast dat het vermogen van de stichting volledig werd beheerd door een onafhankelijk bestuur in Liechtenstein. De overdracht van geld naar de subrekening was een gevolg van een reglement van de stichting waarop moeder geen enkele invloed kon uitoefenen. De overboeking was dus een verplichte handeling zodat reeds om die reden geen sprake kon zijn van vrijgevigheid van moeder.

In de tweede plaats meende de inspecteur dat de stichting in Nederland was gevestigd zodat sprake was van een in Nederland belaste schenking door de stichting. Voor de rechter was duidelijk dat het bestuur van de stichting volledig naar eigen inzichten invulling kon geven aan het beheer van het vermogen van de stichting. De beslissingen werden dus genomen in Liechtenstein zodat van een vestigingsplaats in Nederland geen sprake was.

Per saldo toch verloren

De slotconclusie was dus dat de aanslag schenkingsrecht volledig werd vernietigd. De inspecteur zat volledig fout zij het dat hij hier mee weg kwam. Weliswaar kreeg de dochter een proceskostenvergoeding van € 419,63 (volgens het puntensysteem) maar wij schatten in dat die volstrekt onvoldoende was om de werkelijke kosten van de procedure te dekken. Wij blijven dit een onbevredigende situatie vinden. Waarom is de Staat niet verantwoordelijk voor kosten die een burger ten onrechte moet maken?

Zou er nog een menselijke maat zijn?

Los van deze procedure menen wij dat de betreffende dochter mogelijk ook ten onrechte is ingekeerd over de jaren tot 2010. Als de stichting inderdaad zo onafhankelijk was als de rechter nu oordeelt, is het de vraag of de belastingwetgeving over de jaren tot 2010 wel tot een belastingheffing over het vermogen in privé kon leiden. In die jaren kon stichtingsvermogen in box 3 worden belast als de betrokkene over het stichtingsvermogen kon beschikken als ware het zijn of haar eigen vermogen. Nu dat hier niet het geval was, heeft de dochter waarschijnlijk ten onrechte inkomstenbelasting afgetikt. Het zou mooi zijn indien de nieuw beleden menselijke maat van de Belastingdienst ertoe zou leiden dat die belasting inclusief rente terugbetaald zou worden…

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Telefoonnummer *
Onderwerp nieuwsbrief
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}