"In de wirwar van wetten en procedures vind ik het juiste spoor voor mijn cliŽnt. Ik houd overzicht en koers op succes."

#140 Partijdig en tot onafhankelijk

Dit zijn belangrijke kernwaarden van een advocaat: partijdigheid en onafhankelijkheid. Kernwaarden die op het eerste gezicht ook tegenstrijdig lijken te zijn. In deze Hertoghs Beschouwt willen wij graag uitleggen waarom die tegenstrijdigheid slechts schijn is en deze kernwaarden juist belangrijk zijn voor een goede dienstverlening aan de cliënt.

De inhouse-juristen van Shell in het geweer

De aanleiding om aandacht te schenken aan deze kernwaarden is een recente tussenbeschikking[1] van de rechter-commissaris in een zaak van zogenaamde inhouse lawyers van Shell. In deze zaak had het Openbaar Ministerie gegevens in beslag genomen waarbij advocaten in dienstbetrekking bij Shell betrokken waren. Alle betrokken juristen waren advocaat hoewel niet als zodanig ingeschreven op het tableau van de Nederlandse Orde van Advocaten. De juristen waren werkzaam voor Shell, sommigen in Nederland, anderen in het buitenland. Allen waren in een ander land dan Nederland ingeschreven als advocaat. De juristen waren onderdeel van het ‘legal department’ van Shell. Het hoofd daarvan was tevens lid van de zogeheten Executive Committee van Shell. Hoewel die term in de uitspraak niet wordt uitgelegd is aannemelijk dat die positie een bestuurspositie inhoudt.

De inhouse lawyers hadden zich in de procedure bij de rechter-commissaris beroepen op hun verschoningsrecht. De gegevens die in beslag genomen waren mochten volgens hen niet in de strafzaak worden gebruikt wegens een schending van dat verschoningsrecht.

Een advocaat mag geen twee petten dragen

De rechter-commissaris heeft het beroep op het verschoningsrecht in de hiervoor aangehaalde beschikking verworpen. Voor de in Nederland werkzame advocaten is dat gebeurd op twee gronden: de eerste is dat de betreffende advocaten en Shell geen onafhankelijkheidsstatuut hadden ondertekend. Zo’n statuut is in Nederland verplicht voor advocaten in dienstbetrekking teneinde aldus te verankeren dat de advocaat onafhankelijk kan blijven opereren ook al is hij in dienstbetrekking. Ten tweede vond de rechter-commissaris de dubbelfunctie van het hoofd van het legal department een probleem. Doordat hij onderdeel uitmaakte van het bestuur, was de onafhankelijkheid van ‘zijn’ juridische afdeling niet langer voldoende gewaarborgd. In feite vormde deze afdeling een regulier onderdeel van Shell. Voor de in het buitenland werkzame advocaten vond de rechter-commissaris dat het in Nederland geldende onafhankelijkheidsstatuut niet als norm mocht worden gesteld. Deze advocaten moesten worden beoordeeld volgens het lokale recht. Echter de omstandigheid dat ook zij werkzaam waren onder het hoofd met de twee petten was voor de rechter-commissaris voldoende reden om het verschoningsrecht niet van toepassing te achten.

Deze beslissing zal een fikse tegenvaller voor Shell zijn. Maar het pleit is hiermee nog niet definitief beslecht. De rechter-commissaris sluit namelijk niet uit dat nog een afgeleid verschoningsrecht van toepassing zal zijn. Indien deze inhouse lawyers met ‘echte’ advocaten hebben gecorrespondeerd, dan kan die communicatie alsnog vallen onder het verschoningsrecht van die betreffende advocaat en dus worden uitgesloten van het bewijs in de strafzaak.

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden

Wat vinden wij nu hiervan? De onafhankelijkheid van de advocaat is een groot goed. Om de taak als advocaat goed te kunnen uitoefenen en de belangen van de cliënt optimaal te kunnen dienen, moet de advocaat onafhankelijk zijn. Een oud spreekwoord luidt: zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Advocaten, die alleen maar meepraten met hun cliënt, bereiken niet per definitie het beste resultaat. Mogelijk geven zij hun cliënt tijdens de behandeling van de zaak een goed gevoel, maar aan het einde van de procedure kan het resultaat dan lelijk tegenvallen. Door de cliënt onvoldoende tegen te spreken en te testen, hebben zij de zwakke plekken in een zaak niet weten bloot te leggen. Als gevolg daarvan staan de cliënt en de advocaat met hun mond vol tanden indien die plekken tijdens de zitting toch aan de orde komen. Kansen op een aantrekkelijke schikking blijven onbenut omdat de advocaat de cliënt niet durft te confronteren met de minder sterke kanten van de zaak. Meepraten met de cliënt kan voor de advocaat aantrekkelijk zijn omdat hij dan een mogelijk voortijdig einde van de zaak voorkomt. Echter het belang van de cliënt is daarmee niet gediend. Niet qua declaraties, niet qua eindresultaat.

Juist om de belangen van de cliënt optimaal te kunnen dienen, moet de advocaat volledig onafhankelijk zijn. Hij of zij moet de vrijheid hebben om de cliënt te confronteren met een afwijkende visie op de aanpak van de zaak. De advocaat moet ook alleen een zaak behandelen indien hij de strategie en juridische analyse volledig kan volgen. Dat betekent natuurlijk niet dat de advocaat bepaalt hoe de zaak wordt aangepakt. Uiteindelijk kiest de cliënt hoe de zaak wordt behandeld. Maar de advocaat moet zich wel vrij voelen om de cliënt kritisch te bejegenen en zo nodig om bij een onoverbrugbaar verschil van mening de behandeling te kunnen staken.

Wiens brood men eet diens woord men spreekt?

Die onafhankelijkheid kan in het gedrang komen indien de financiële afhankelijkheid van de advocaat te groot wordt. Dat gevoel van afhankelijkheid kan gevoed worden door het dienstverband en het daarin gekoppelde arbeidsvoorwaardenpakket. Vanwege diezelfde onafhankelijkheid is de Orde van Advocaten dan ook nog steeds tegen no cure no pay afspraken (in de meeste zaken).

Dat de inhouse lawyers van Shell opkomen voor hun positie is logisch. Wij hebben niettemin ook begrip voor de redenering van de rechter-commissaris. Zelfs indien deze advocaten een statuut getekend zouden hebben, blijft de vraag hoe onafhankelijk inhouse lawyers kunnen opereren. Hoewel zij wellicht op papier vrij zijn zich kritisch tegenover hun werkgever op te stellen, is het de vraag in hoeverre die vrijheid in werkelijkheid bestaat. Het is wellicht te makkelijk om te concluderen dat zij het woord spreken van wiens brood zij eten. Maar enige waarheid zal toch wel schuil gaan in deze volkswijsheid.

Het verschoningsrecht is essentieel voor de advocaat

Het verschoningsrecht van de advocaat is heel belangrijk in de strafpraktijk. Zonder dat recht kunnen wij ons werk niet goed voor u doen. Het verschoningsrecht ligt regelmatig onder vuur. Daarbij worden vaak praktische argumenten in stelling gebracht, zoals het feit dat complexe fraudeonderzoeken onmogelijk worden door het veelvuldig beroep op het verschoningsrecht. Hoewel wij die frontale aanval op het verschoningsrecht niet delen, snappen wij best dat de bescherming van interne juristen/advocaten een punt van discussie is. Laten wij die nu snel gaan voeren en vervolgens goed regelen, voordat die discussie overslaat op de hele beroepsgroep. Dan zouden wij wel eens allemaal met de gebakken peren kunnen zitten. De cliënt is dan de echte dupe!

 

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Telefoonnummer *
Onderwerp nieuwsbrief
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}