"In de wirwar van wetten en procedures vind ik het juiste spoor voor mijn cliŽnt. Ik houd overzicht en koers op succes."

#135 Onherroepelijke fiscale uitspraken kunnen worden herzien

Op 16 juli jl. heeft de belastingkamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een opmerkelijk uitspraak gedaan. In de uitspraak is een zogenaamd herzieningsverzoek toegewezen. Dit betekent dat een eerdere uitspraak van 11 juli 2017, waarin een informatiebeschikking met betrekking tot buitenlandse banktegoeden was vernietigd, volledig is herzien. 

Voor zover bekend is dit voor het eerst dat een belastingrechter het rechtsmiddel van de herziening toepast en een eigen (gepubliceerde) uitspraak herziet. Een unicum. De aanleiding voor het herzieningsverzoek was nieuwe informatie die de inspecteur na een inlichtingenverzoek uit het buitenland had verkregen. Maar hoe zit het nu met de rechtszekerheid? Wanneer is een uitspraak van de belastingrechter daadwerkelijk definitief? Hoe werkt een fiscaal herzieningsverzoek?

De casus was als volgt. Belanghebbende en zijn echtgenote waren in 1994 rekeninghouders bij de Kredietbank Luxembourg (KB-Lux). Enkele sub-rekeningen zijn bekend geworden door de microfiches die de Belastingdienst heeft verkregen van de Belgische autoriteiten. De inspecteur stelde in 2013 diverse vragen over de rekeningen, die belanghebbende niet kon beantwoorden. Vervolgens nam de inspecteur een informatiebeschikking. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof) vernietigde op 11 juli 2017 deze informatiebeschikking, nu de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de gestelde vragen niet zijn beantwoord.

Het hof heeft in 2017 aannemelijk geacht dat belanghebbende niet de beschikking heeft of kon krijgen over de door de inspecteur gevraagde informatie. Verder oordeelde het hof dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gegevens bij de KB-Lux nog opvraagbaar waren en dat belanghebbende heeft besloten die gegevens niet op te vragen en niet te verstrekken. De staatssecretaris ging in cassatie, waarna de Hoge Raad dit cassatieberoep zonder nadere motivering ongegrond verklaarde.

Eind goed al goed voor de belastingplichtige. Of toch niet…?

Namens de Staatssecretaris had de Belastingdienst/Central Liaison Office al op 13 april 2017 een inlichtingenverzoek ingediend, bij de voor fiscale inlichtinguitwisselingen bevoegde autoriteit in Luxemburg. Dit verzoek werd op 22 november 2017, ruim na de uitspraakdatum van 11 juli 2017, beantwoord.

Per e-mail werd een pdf-bestand verstrekt met een brief van KB-Lux aan de Luxemburgse fiscale autoriteit. Daarin werd medegedeeld dat na een uitgebreid onderzoek in de verschillende systemen en het archief de KB-Lux de informatie kan leveren waarom de autoriteit heeft gevraagd. Als bijlage werd een overzicht van transacties, een staat van tegoeden en verbintenissen en kopieën van correspondentie gevoegd.

Naar aanleiding van deze nieuwe gegevens heeft de inspecteur op 17 mei 2018 verzocht om herziening van de uitspraak van 11 juli 2017. De inspecteur voegde de ontvangen transactieoverzichten bij, waaruit bleek dat sinds 1 januari 1994 in totaal € 435.669,81 was gestort door anderen dan belanghebbende en zijn echtgenote. Ook bleek dat belanghebbende een bedrag van € 125.406,64 in contanten had opgenomen van de KBL-rekening en dat de rekening (in tegenstelling tot eerdere verklaringen) nog tot 2002 had bestaan.

Herzieningsverzoek was tijdig en rechtsgeldig

Tijdens de herzieningsprocedure voerde belanghebbende stevig verweer. Allereerst zou het herzieningsverzoek onredelijk laat zijn gedaan. Het hof verwees echter naar vaste jurisprudentie waaruit blijkt dat een verzoek om herziening als onredelijk laat wordt aangemerkt, indien het verzoek is ingediend meer dan een jaar nadat de indiener bekend is geworden met de daarin gestelde nieuwe feiten en omstandigheden, als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb dan wel, indien geen nova zijn gesteld, na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht. Nu er binnen een jaar om herziening was verzocht was het verzoek tijdig, zelfs al zouden er geen nova zijn. Ook de stelling dat het bewijs onrechtmatig was verkregen mocht niet baten. Het verzoek was rechtsgeldig en conform de Richtlijn 2011/16/EU.

Hof kon informatiebeschikking opnieuw beoordelen

Het hof stelde vervolgens vast dat de ingebrachte nova de inspecteur niet voor de uitspraak van 11 juli 2017 bekend waren. Ook konden deze gegevens hem redelijkerwijs niet eerder bekend zijn, nu het uitputtingsbeginsel ertoe leidde dat pas laat een inlichtingenverzoek aan Luxemburg kon worden gedaan. Nu het hof bij de eerdere uitspraak van afwijkende gegevens is uitgegaan hadden de nova tot een andere uitspraak kunnen leiden, waarmee ook aan de overige vereisten voor herziening was voldaan. Het verzoek om herziening werd toegewezen, waarmee het hof kwam tot een volledig nieuwe beoordeling van de informatiebeschikking.

Ditmaal oordeelde het hof dat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat vragen niet zijn beantwoord. Het eerder gegeven oordeel werd herzien, het hoger beroep ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg een termijn van zes weken om alsnog de gevraagde inlichtingen te verstrekken. De belastingplichtige was weer terug bij af.

De ervaring leert dat deze inlichtingenverzoeken relatief gebruikelijk zijn in complexe buitenlands-vermogen dossiers, waarbij vragen in de ogen van een inspecteur vaak niet voldoende worden beantwoord. Het is niet duidelijk waarom de inspecteur tijdens het nadere onderzoek ter zitting op 19 april 2017 niet om schorsing en aanhouding van het hoger beroep heeft verzocht, in afwachting van de informatie uit Luxemburg. Het informatieverzoek was op 13 april 2017 ingediend, net voor de zittingsdatum. Mogelijk was de inspecteur bang voor tardiefverklaring. Belanghebbende had in de herzieningsprocedure kunnen betogen dat de inspecteur de informatie in de eerdere procedure na een schorsingsverzoek nog redelijkerwijs naar voren had kunnen brengen. Daarmee zou het herzieningsverzoek wellicht zijn afgewezen. Nu zal deze belanghebbende voorlopig nog niet van de Belastingdienst af zijn. 

Hoe werkt herziening?

Herziening (revisie) van onherroepelijke veroordelingen is in het strafrecht (457 Sv) een bekend buitengewoon rechtsmiddel. De Hoge Raad krijgt geregeld aanvragen tot herziening en de kaders zijn bekend uit de jurisprudentie. In het belastingrecht komt herziening vanwege de zeer strenge eisen echter vrijwel nooit voor.

Op grond van artikel 8:119, eerste lid, Awb kan de bestuursrechter op verzoek van een partij (niet ambtshalve!) een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn en c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. Op grond van art. 8:104 Awb en art. 29 AWR geldt hetzelfde voor uitspraken van de gerechtshoven en de Hoge Raad.

Een verzoek om herziening kan alleen slagen indien gelijktijdig aan deze drie voorwaarden is voldaan. Deze wettelijke bepaling en het bijzondere karakter van het rechtsmiddel herziening brengen met zich mee, dat bij de beslissing op een verzoek om herziening slechts rekening wordt gehouden met feiten en omstandigheden die hebben plaatsgevonden voor de uitspraak en die de verzoeker in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd, redelijkerwijs niet naar voren heeft kunnen brengen.

De lat ligt hoog, maar deze uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden lijkt de deur te openen voor de herziening van uitspraken van belastingrechters.

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Telefoonnummer *
Onderwerp nieuwsbrief
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}