"Fiscale advocatuur is ook een tactische strijd: wij hebben de kennis en ervaring om te beslissen welke stappen leiden naar succes."

#109: U meldt te veel?!

Soms moet de wal het schip keren. Bij de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn in de Nederlandse wetgeving op 25 juli 2018 zijn diverse wijzigingen doorgevoerd, die ertoe hebben geleid dat Wwft-instellingen zich geconfronteerd zagen met een enorme toename aan procedures, protocollen, cliëntonderzoeken en meldplichten. FIU-Nederland heeft nu kennelijk bij het Ministerie aan de bel getrokken, omdat men wordt overspoeld met Wwft-meldingen. Dit komt door de objectieve indicator in relatie tot de zogenaamde hoog risico landen. De wetgever heeft aangekondigd in te grijpen. Afschaffing van deze objectieve meldplicht legt naar onze mening de last ten onrechte bij de Wwft-instellingen, omdat zij de transacties alsnog aan de hand van de subjectieve indicator moeten toetsen.

Hoog risico landen-indicator

Met de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn is vrij geruisloos een tweede objectieve indicator in het Uitvoeringsbesluit Wwft opgenomen. Een objectieve indicator brengt met zich mee dat de instelling verplicht is om een dergelijke transactie te melden, ongeacht de subjectieve vraag of hier sprake is van een vermoeden van witwassen of financiering van terrorisme. Deze objectieve indicator luidt als volgt:

“Een transactie van of ten behoeve van een (rechts)persoon die woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een staat die op grond van artikel 9 van de vierde anti-witwasrichtlijn in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie is aangewezen als een staat met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme.”

De lijst van de Europese Commissie

Sinds 2016 publiceert de Europese Commissie een lijst met dergelijke hoog risico landen die in de afgelopen jaren herhaaldelijk is bijgewerkt. Op 13 februari 2019 heeft de Europese Commissie een nieuwe lijst gepubliceerd als bijlage bij een gedelegeerde richtlijn over de procedure tot vaststelling van hoog-risico-landen. Op deze lijst staan 23 landen, die deels ook door de Financial Action Task Force zijn genoemd als risicolanden. Er zijn vijf landen van de lijst afgehaald, te weten Bosnië Herzegovina, Guyana, Laos, Oeganda en Vanuatu. Deze lijst wordt klaarblijkelijk overigens eerst nog voorgelegd aan het Europese Parlement en treedt pas in werking op de twintigste dag na publicatie in het publicatieblad, hetgeen tot op heden (2 april 2019) nog niet heeft plaatsgevonden. Wel is duidelijk dat diverse lidstaten kritiek hebben geuit op vermelding van bepaalde landen op de lijst, zoals Saoedi Arabië en een aantal landen op Amerikaans territorium.

De onduidelijkheid over de status van deze lijst maakt de uitvoering van deze objectieve indicator enorm diffuus, omdat ten eerste niet duidelijk is welke lijst op dit moment moet worden gehanteerd. Ook is nergens toegelicht of de lijst moet worden toegepast die geldig is op het moment van de melding of op het moment van de transactie. Dat deze objectieve indicator dus tot een stroom aan meldingen leidt, is dan ook niet verwonderlijk. “Better safe than sorry”, zullen veel instellingen denken.    

Afschaffing van de hoog risico landen-indicator?

In de reeds gepubliceerde richtsnoeren van NOB/RB was al voorzien dat deze objectieve indicator tot grote hoeveelheden aan meldingen gaat leiden, omdat bijvoorbeeld reisbureaus die naar de genoemde landen reizen organiseren iedere betaling zullen moeten melden. Ook banken zullen na de immense schikking van ING en het signaal van DNB dat instellingen de wettelijke eisen minimalistisch uitleggen erop attent zijn om deze transacties zonder uitzondering door te geven. Dat deze indicator een stortvloed aan meldingen oplevert, blijkt uit de consultatie over het wijzigingsbesluit financiële markten 2019 (artikel IX). Volgens de toelichting is er sprake van een toename van 96% aan meldingen bij FIU-Nederland. Dit leidt ertoe dat de werkzaamheden van FIU-Nederland minder effectief zijn, aangezien de hoeveelheid meldingen ten koste gaat van de capaciteit om andere meldingen te onderzoeken. In dit consultatiebesluit wordt derhalve voorgesteld om deze objectieve indicator te schrappen.

Coulant handhavingsbeleid

Naar aanleiding van deze voorgenomen wijziging hebben de Wwft toezichthouders, zoals het BFT en de Belastingdienst, aangekondigd dat een coulant handhavingsbeleid zal worden gehanteerd ten aanzien van deze objectieve landenindicator. Mogelijke overtredingen ten aanzien van deze indicator zullen niet worden bestraft. Als echter eveneens sprake zou zijn (geweest) van een subjectieve indicator dan geldt deze coulance niet. Het blijft dus zaak om de transacties in relatie tot deze hoog risico landen te blijven monitoren.

(Weer) lastenverzwaring in het verschiet

Het is schrijnend om te constateren dat de Wwft-instellingen het afgelopen jaar veel tijd hebben gestoken en investeringen hebben gedaan om de nieuwe wetgeving in hun compliance systemen te implementeren. Het is op zich logisch dat niet de Wwft-instellingen, maar het FIU-Nederland de transacties van de hoog risico landen analyseert om te bezien of een vermoeden van witwassen of financiering van terrorisme bestaat. Met de voorgenomen schrapping van de objectieve indicator voor deze transacties komt de bal weer bij de Wwft-instellingen te liggen. Dit heeft tot gevolg dat hierdoor weer een lastenverzwaring optreedt voor de Wwft-instellingen, omdat zij ten aanzien van deze transacties nu weer zelf moeten beoordelen of sprake is van een subjectieve indicator.   

Naar overzicht

Heeft u vragen of wilt u reageren?

Stuur uw vraag of opmerking via onderstaand contactformulier. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een antwoord of we nemen contact met u op.

Volledige naam *
E-mailadres *
Telefoonnummer *
Onderwerp nieuwsbrief
Bericht *
Waar heeft u een vraag over?
 
 

Vind artikelen over...

Hertoghs Beschouwt ontvangen?

{{messageError}}
{{messageSuccess}}