"Fiscale advocatuur is ook een tactische strijd: wij hebben de kennis en ervaring om te beslissen welke stappen leiden naar succes."

Cryptovaluta

In het kader van de inkeerregeling en de WWFT komen steeds meer vragen over cryptovaluta oftewel virtuele valuta (bitcoin, litecoin, ripple, ethereum, dash). Op deze pagina vindt u informatie over de mogelijke discussies die aan de orde komen bij de fiscale behandeling van cryptocurrencies alsmede enkele opmerkingen over de virtuele valuta in relatie tot de meldplicht van ongebruikelijke transacties.

Cryptocurrencies zijn (nog) niet geaccepteerd als wettig betaalmiddel[1], maar worden wel steeds vaker als zodanig geaccepteerd. In juridische zin wordt virtuele valuta nog steeds gezien als ruilmiddel.

 

Virtuele valuta en Belastingdienst

Op de website van de Belastingdienst is vermeld dat bitcoins en andere virtuele betaalmiddelen tot de overige bezittingen van box 3 behoren. Er staat: “Virtuele betaalmiddelen, zoals bitcoins, staan op uw computer opgeslagen. U kunt deze alleen gebruiken als betaalmiddel op internet. U geeft van deze middelen de waarde in het economisch verkeer aan op 1 januari van het jaar van aangifte.”

Indien u deze niet hebt opgenomen in box 3 van uw belastingaangifte en u wilt alsnog een juiste belastingaangifte doen, dan kunt u mogelijk nog gebruik maken van de inkeerregeling. Voor een nadere toelichting op de inkeerregeling klikt u hier.

De Belastingdienst heeft de virtuele valuta inmiddels ook in onderzoek en richt zich daarbij met name op vragen of bij de handel in bitcoins sprake kan zijn van ondernemerschap voor de omzet- en inkomstenbelasting? Wat zijn de gevolgen voor de inkomstenbelasting en loonbelasting, als je wordt uitbetaald in bitcoins en is er dan sprake van een arbeidsrelatie? Wat te doen met koerswinsten en koersverliezen bij virtuele valuta? In het Wob-verzoek [YA6] erkent de Belastingdienst dat het huidige juridische en fiscale systeem niet is afgestemd op nieuwe ontwikkelingen zoals de cryptovaluta. Duidelijk is in ieder geval dat de Belastingdienst ook moeite heeft met de kwalificatie van dit nieuwe fenomeen.

Gelet op de wijze waarop de Belastingdienst in het verleden reeds onderzoek heeft verricht naar grote hoeveelheden data (debet- en creditcardproject, ANPR-registratie) lijkt het voor de hand te liggen dat ook naar cryptovaluta nader onderzoek zal worden verricht. Of en zo ja dergelijk onderzoek op een wettelijke grondslag kan worden gebaseerd en is toegestaan in relatie tot de privacy zal dan ongetwijfeld ter discussie worden gesteld.

Uit de informatie van de Belastingdienst blijkt dat men heeft onderkend dat fiscale wetgeving geografisch is bepaald, maar cryptovaluta niet. Dit uit zich bijvoorbeeld in de vraag welke navorderingstermijn van toepassing is. Die vraag wordt door de Belastingdienst (nog) niet beantwoord, maar gelet op de definitie ‘opgekomen of in het buitenland gehouden’ zich niet uitstrekt tot virtuele valuta. Als de belastingplichtige in Nederland woonachtig is, dan zou de vijfjaarstermijn moeten worden toegepast.

 

Cryptocurrencies en ongebruikelijke transacties  

Virtuele valuta zijn voortdurend in het nieuws, waarbij vooral de nadruk ligt op de mogelijkheden met betrekking tot witwassen en het gebruik door de ‘onderwereld’. Toch zijn virtuele valuta in Nederland niet illegaal.

Dat neemt niet weg dat diverse toezichthouders, zoals AFM en DNB, waarschuwen voor het gebruik van cryptocurrencies. Cryptocurrencies worden ook genoemd in de witwastypologieën, die zijn vastgesteld door FIU Nederland[AF9] . Naar aanleiding van een onderzoek heeft FIU Nederland in augustus 2017 de navolgende kenmerken genoteerd ten behoeve van de aan- en verkoop van virtuele valuta door bitcoinhandelaren en gebruik van bitcoinmixers:

1.    Het meermalen binnen een relatief korte periode vanaf bankrekening(en) opnemen van aanzienlijke contante bedragen, geheel of in delen, zonder een kennelijke economische noodzaak en in combinatie met het meermalen giraal ontvangen van bedragen (waarbij die bedragen in geval van de handelaar in virtuele betaalmiddelen kennelijk afkomstig zijn uit de verkoop van virtuele betaalmiddelen).

2. De aankoop van virtuele betaalmiddelen waarbij aan ten minste twee van de volgende kenmerken is voldaan:

a.     de koper biedt zijn diensten aan via internet middels vraag- en aanbodsites;

b.    de koper stelt geen identiteit van de verkoper vast;

c.     de koper schermt de eigen identiteit af;

d.    de koper rekent in contanten af;

e.     de koper brengt een ongewoon hoog percentage wisselcommissie in rekening;

f.     de transactie vindt plaats in een (openbare) omgeving waar veel publiek aanwezig is waardoor het veiligheidsrisico voor de koper vermindert;

g.    een legale economische verklaring voor de wijze van omwisseling is niet aannemelijk;

h.    de omvang van de aangekochte virtuele betaalmiddelen is niet aannemelijk in relatie tot gemiddeld particulier gebruik;

i.      de koper is niet bij de Kamer van Koophandel en niet bij de Belastingdienst bekend voor het zijn van wisselinstelling.

3. De koper en/of verkoper maakt/maken bij de verkoop van virtuele betaalmiddelen gebruik van een zogenaamde mixer.

Een objectieve indicatie voor een WWFT-melding vloeit derhalve op dit moment nog uitsluitend voort uit het gebruik van een bitcoinhandelaar of bitcoinmixers. Het enkele gebruik van cryptovaluta is derhalve geen objectieve indicatie (tenzij er grote hoeveelheden contant geld mee gemoeid gaat) en zal enkel tot een WWFT-melding dienen te leiden indien het subjectieve criterium van toepassing is. Dit is het geval indien het gaat omeen transactie met cryptovaluta die aanleiding geeft om te veronderstellen dat deze verband houdt met witwassen of financiering van terrorisme.

 

[1]  Rechtbank Overijssel 14 mei 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:2667 en Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4219.


16/01/2018 categorie: Hertoghs in beeld


Naar overzicht