Creditnota's en art. 29 Wet OB 1968

Mr. R. Vos en mr. R.J. de Jong, BTW-bulletin 2016/85, 5 november 2016

 

Het komt geregeld voor dat een debiteur vanwege betalingsonwil, betalingsonmacht of een naderend faillissement een factuur niet voldoet. De btw op deze factuur is door de leverancier wel verschuldigd. De praktijk laat zien dat ondernemers deze btw zelf verrekenen binnen de maandelijkse of kwartaalaangiften door het opmaken van een creditnota. Deze ‘praktische’ oplossing is echter in strijd met de wettelijke systematiek en kan aanzienlijke naheffingen en vergrijpboeten tot gevolg hebben. Op 30 april 2015 heeft Rechtbank Noord-Nederland (de rechtbank) geoordeeld dat uit de wet volgt dat de btw over een oninbare vordering enkel door middel van een apart verzoek om teruggaaf kan worden teruggevraagd. In deze bijdrage besteden Roelof Vos en Reinder de Jong aandacht aan de uitgangspunten van deze uitspraak en de betekenis voor de praktijk. Daarnaast belichten zij de voorgenomen wijzigingen in de Wet OB 1968 ter vereenvoudiging van de belastingteruggaaf voor oninbare vorderingen.

Hertoghs advocaten heeft ruime ervaring met het voeren van procedures op het terrein van de indirecte belastingen, waaronder btw.

Lees hier het artikel.


Naar overzicht