Annotatie NBSTRAF 2017/220 bij het arrest van de Hoge Raad van 21 april 2017

 

Mariëlle Boezelman en Maaike Coenen voorzien het arrest van de Hoge Raad van 21 april 2017 (de Credit Suisse arresten) van commentaar (ECLI:NL:HR:2017:638).

De afgelopen tijd zat fiscaal Nederland ‘aan de buis gekluisterd’ in verband met deze casus waarin belastingbesparing centraal stond. Maar niet alleen vanuit fiscaal perspectief is het een interessante zaak, ook vanuit punitief oogpunt krijgt de zaak veel belangstelling. Want als een standpunt in jouw belastingaangifte niet wordt geaccepteerd, mag je dan toch gestraft worden als dat standpunt op basis van de wet wel verdedigbaar is? En welke rol speelt de vraag of ethisch aanvaardbaar is gehandeld?

De Belastingkamer van de Hoge Raad waagt zich aan enige overwegingen ten overvloede over de relatie van het pleitbaar standpunt met het strafrecht. De Hoge Raad overweegt dat voor een veroordeling wegens belastingfraude in de zin van artikel 69 lid 2 AWR ten minste sprake moet zijn van voorwaardelijk opzet. Van een aanmerkelijke kans op onjuistheid is volgens de Belastingkamer echter geen sprake indien de aangifte – al dan niet achteraf – pleitbaar was. Ook voor de strafrechtelijke kant van de medaille gaat de Hoge Raad in het arrest van 21 april 2017 dus uit van een objectieve invulling van het pleitbaar standpunt. Aldus biedt dit arrest ook aanknopingspunten te betogen dat deze stukken – bij gebrek aan relevantie voor het onderzoek – niet strafrechtelijk beslag in beslag genomen mogen worden.

Het arrest biedt ook houvast bij de beantwoording van de vraag of betekenis toekomt aan de (veranderde) maatschappelijke norm als het aankomt op de vraag of een gedraging strafbaar is. Deze zaak maakt duidelijk dat het legaliteitsbeginsel nog altijd hoog in het vaandel staat. En terecht. Eerst nadat is geoordeeld dat sprake is van (wettelijk) bewijs dat straf- of beboetbaar is gehandeld zou ethiek bij de straftoemeting in beeld kunnen komen mits de gedraging in de context wordt geplaatst van het pleegmoment. Met name in fraudezaken – die vaak vele jaren na de pleegdatum worden vervolgd – is dit van belang.

 


Naar overzicht