Toepassing uitvoeringsverordening op ingevoerde rijwielen; prejudiciële vragen
Mr. A. Wolkers in NLFiscaal 2018/1375

 

In een interessante procedure bij de rechtbank Noord-Holland stelde een importeur zich op het standpunt dat een antidumpingverordening van de Raad op de invoer van rijwielen uit Sri Lanka in haar situatie niet van toepassing is. De uitvoeringsverordening bevatte namelijk geen individuele analyse van ontwijkingspraktijken waaraan de twee Sri Lankaanse producenten/exporteurs van de importeur zich schuldig zouden hebben gemaakt. De Raad had haar conclusie (daarentegen) enkel gebaseerd op de verandering in de structuur van het handelsverkeer tussen Sri Lanka en de Unie enerzijds en het gebrek aan medewerking van deze ondernemingen anderzijds. De rechtbank betwijfelt dan ook of de antidumpingverordening voor de onderhavige (twee) producenten/exporteurs wel in stand kan blijven en heeft het Hof van Justitie EU (HvJ) vervolgens gevraagd naar de geldigheid van de antidumpingverordening in dit specifieke geval. In zijn commentaar gaat Arjan Wolkers nader in op deze voor de praktijk interessante zaak. Feit is dat het HvJ al eerder heeft uitgemaakt dat een marktdeelnemer die zich benadeeld acht door de toepassing van een naar zijn mening onwettige antidumpingverordening, dit geschil voor de nationale rechter kan brengen en zich voor die rechter kan beroepen op de ongeldigheid van de betreffende verordening.

Lees meer

 


Naar overzicht