Tariefindeling van tussenproduct; begrip bier.

Mr. A. Wolkers in NLFiscaal 2019/0797, 13 maart 2019

In NLFiscaal 2019/0797 heeft Arjan Wolkers het arrest van het Hof van Justitie EU van 13 maart 2019, C-195/18, ECLI:EU:C:2019:197 van commentaar voorzien.

In deze zaak stelden de Poolse autoriteiten dat het in geschil zijnde tussenproduct niet kan worden aangemerkt als ‘bier van mout’ (GN-post 2203) omdat het voornaamste ingrediënt voor de bereiding van het tussenproduct glucosesiroop is en niet mout. Het eindproduct moet derhalve volgens de Poolse autoriteiten worden beschouwd als een drank op basis van andere gegiste dranken dan bier en niet-alcoholhoudende dranken, waarvoor een hoger accijnstarief geldt. Het Hof merkt op dat GN-post 2203 weliswaar ziet op ‘bier van mout’, hetgeen veronderstelt dat bier dat onder deze post wordt ingedeeld ‘mout’ dient te bevatten, maar uit de bewoordingen ‘bier van mout’ kan niet worden afgeleid dat een minimumpercentage mout in de wort vereist is. Daarnaast is ‘glucosesiroop’ als bestanddeel van het wort in de GN niet verboden. Daaruit volgt, aldus het Hof, dat een product met een laag gehalte aan mout en toevoeging van glucose vóór alcoholgisting niet op die enkele gronden kan worden uitgesloten van het begrip ‘bier van mout’ van GN-post 2203. Gelet op de bewoordingen van GN-post 2203 is deze overweging van het Hof volgens Arjan juist.

Lees meer...


Naar overzicht